We hebben al gezien dat Gods oorspronkelijke schepping volledig wordt beschreven in Genesis 1:1: "In den beginne schiep God de hemel en de aarde.“ We hebben ook gezien dat er iets gebeurde tussen vers 1 en vers 2: Gods oorspronkelijke schepping raakte beschadigd, de aarde werd woest en ledig, en duisternis lag op de vloed. Dit was het gevolg van Gods oordeel over de aarde vanwege satans rebellie. Laten we nu eens kijken naar satans oorsprong en rebellie.

I. DE OORSPRONG VAN SATAN

Satan betekent tegenstander. Satan is niet alleen Gods vijand buiten Gods koninkrijk, maar ook Gods tegenstander van binnenuit Gods koninkrijk, die tegen God rebelleert. Vijand verwijst naar de tegenstrever buiten Gods koninkrijk, daar waar tegenstander verwijst naar de tegenstrever van binnenuit Gods koninkrijk. Satan, die onder Gods heerschappij was, is nu een buitenstaander. Daarom is hij Gods tegenstander tot nu toe.

A. De meest eerbare aartsengel en de volmaakte cherub geschapen door God

Satan was een engel door God geschapen nog voordat God de aarde schiep. Het boek Job vertelt ons dat toen God de aarde grondvestte, de zonen van God (de engelen) jubelden (Job 38:4-7). Dit bewijst dat God de engelen schiep voordat Hij de aarde schiep. In Ezechiël 28 kunnen we zien dat satan niet alleen een van de engelen was, maar de hoogste aartsengel, het hoofd van alle engelen.

Ezechiël 28:12-14 zegt: “Zo zegt de Heere HEERE: Gij verzegelaar der som, vol van wijsheid en volmaakt in schoonheid! Gij waart in Eden, Gods hof; alle kostelijk gesteente was uw deksel, sardisstenen, topazen en diamanten, turkooizen, sardonixstenen en jaspisstenen, saffieren, robijnen, en smaragden, en goud; het werk uwer trommelen en uwer pijpen was bij u; ten dage als gij geschapen werdt, waren zij bereid. Gij waart een gezalfde, overdekkende cherub; en Ik had u alzo gezet; gij waart op Gods heiligen berg; gij wandeldet in het midden der vurige stenen (STV).”

Dit deel van de Schrift beschrijft satans positie in het universum voor zijn rebellie en verderf. Vers 13 zegt: “Gij waart in Eden, Gods hof.” Volgens de context was dit niet het Eden waarin Adam werd geplaatst. Dit Eden was niet op aarde, maar in de hemel, op de heilige berg van God.

“Alle kostelijk gesteente was uw deksel.” G.H. Pember zei dat dit satans woonplaats aanduidt. Zijn woning was van kostbare stenen. “Het werk uwer trommelen en uwer pijpen was bij u; ten dage als gij geschapen werdt.” Vroeger waren muziekinstrumenten zoals tamboerijnen en doedelzakken voor koningen. Dit duidt erop dat satan een koning was, die de hoogste positie in het universum had. Dit was waarom de Heer Jezus hem “de overste van deze wereld” noemde (Joh. 12:31). De apostel noemde hem ook “de overste van de macht der lucht” (Ef. 2:2). Lucas 4:5-6 bevestigt dit ook. “Hij (de duivel) voerde Hem (Jezus) omhoog en toonde Hem alle koninkrijken van het aardrijk in een ogenblik tijds. En de duivel zei tot Hem: U zal ik al deze macht en hun heerlijkheid geven, want zij is mij overgegeven en aan wie ik wil geef ik ze.” Dit moet een feit zijn, daar de Heer het niet ontkende. Wanneer gaf God dit alles aan satan? Dit was absoluut iets van voor Adam, voor de wereld van Adam. Volgens de openbaring van de Bijbel stelde God satan aan als het hoofd van dat universum en gaf Hij alle geschapen dingen in de hemel en op de aarde in zijn handen. Zo werd hij de heerser van deze wereld. Zijn positie en rang was zo hoog dat zelfs de aartsengel Michaël geen oordeel van lastering tegen hem uit durfde brengen (Jud. 9). Michaël was een van de aartsengelen (Da. 10:13). Dat hij satan niet durfde te berispen bewijst dat de rang van satan zelfs hoger moest zijn dan die van hem. Dus kunnen we concluderen dat satan de hoogste aartsengel moet zijn.

Ezechiël 28:14 zegt: “Gij waart een gezalfde, overdekkende cherub”. Dit betekent waarschijnlijk dat hij de ark van God in de hemel bedekte (Ex. 25:20; Op. 11:19). Het zegt ook: “En Ik had u alzo gezet; gij waart op Gods heiligen berg”. Dus kunnen we zien dat zijn positie bepaald was door God. God zalfde en stelde de aartsengel aan om Zijn ark te bedekken. Ezechiël vertelt ons dat de cherubim Gods heerlijkheid dragen (Ez. 9:3; 10:18) en dat ze zeer dicht bij Gods troon zijn (Ez. 10:1; 1:26). Dit toont aan dat satan, voor zijn rebellie, toen hij de gezalfde cherub was en Gods ark bedekte, zeer dicht bij God moet zijn geweest en Gods heerlijkheid droeg.  Ezechiël vertelt ons ook dat de cherubim de vier levende wezens zijn die een bijzondere bruikbaarheid hebben voor God (Ez. 10:20). Ook lijken de vier levende wezens in Ezechiël op de vier in Openbaring (Ez. 10:1; Op. 4:7) die onder de schepselen de leiding namen in het aanbidden van God. Dit openbaart dat de hedendaagse satan, Gods tegenstander, oorspronkelijk de gezalfde cherub, speciaal door God moet zijn aangesteld om het hoofd te zijn onder Zijn schepselen, die Zijn heerlijkheid droeg en hen leidde Hem te aanbidden. Dit kan erop duiden dat de gezalfde aartsengel ook het priesterschap bezat. Het zou kunnen dat hij de hogepriester is geweest in de universele aanbidding van God.

“Gij waart op Gods heiligen berg; gij wandeldet in het midden der vurige stenen.” Volgens Exodus 24:10 en 17 zagen Mozes, Aaron en vele anderen onder Gods troon enige kostbare stenen met de heerlijkheid van God als brandend vuur. Dit moeten de stenen van vuur zijn geweest. Hieruit kunnen we concluderen dat de gezalfde cherub ook het bijzondere privilege had te bewegen in het bereik waar Gods heerlijkheid was.

B. De stralende engel geschapen door God

Jesaja 14:12 vertelt ons dat satan de “morgenster (Lucifer in het Latijn), zoon des dageraads” was. Evenals de morgenster de voornaamste is onder de sterren, zo moet satan het hoofd zijn van al de engelen. De titel “zoon des dageraads” toont ons dat hij er heel vroeg was, in de morgen van het universum. Dus was satan, vanaf het vroegste begin van het universum, het hoofd van de engelen, stralend als de morgenster.

Satans oorsprong was wonderbaar. Hij was Gods gezalfde cherub, degene die het dichtst bij God was, en de hoogste positie in Gods schepping had. Hij had niet alleen het koningschap, maar ook het priesterschap. Maar hij werd ontzet uit zijn positie en ambten toen hij tegen God rebelleerde. Nu heeft God ons uitverkoren om Zijn priesters en koningen te zijn, satans positie en ambten over te nemen, hem te schande te maken en God te verheerlijken.

Comments are closed.

{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}
Geoptimaliseerd door Optimole
Malcare WordPress Security