I. Over de hemelvaart van Christus
In de belofte van Gods verlossing is Christus niet alleen voor ons gestorven en voor ons opgestaan, maar is Hij ook voor ons opgevaren. Door Zijn dood lost Hij al onze problemen op; door Zijn opstanding deelt Hij Gods levenin ons uit; en in Zijn hemelvaart brengt Hij ons in een hemelse positie.
Christus zal verhoogd en verheven, en zeer hoog zijn (Js. 52:13; Ef. 1:20-21). De opgevaren Christus staat ver boven alle overheid, gezag, kracht, heerschappij en macht in het universum. Hij is opgevaren naar de hoogste plaats in het universum, de derde hemel, waar God woont.
Opgevaren naar de hoge heeft Hij de gevangenschap gevangen genomen en heeft de mensen gaven gegeven (Ef. 4:8; Ps. 68:18). "Gevangenschap” verwijst naar de verloste heiligen, die, voordat zij door de dood en opstanding van Christus werden gered, door satan gevangen waren genomen. In Zijn hemelvaart heeft Christus hen gevangen genomen; met andere woorden, de Heer heeft hen uit de gevangenschap van satan bevrijd en tot Hemzelf gebracht. Daarna heeft Hij, in Zijn hemelvaart en door Zijn opstanding, deze geredde zondaars tot gaven gemaakt. Deze gaven zijn de begiftigde personen die genoemd worden in Efeziërs 4:11: de apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars. Hij gaf hen daarop aan Zijn Lichaam, voor de opbouw van het Lichaam.
In Zijn hemelvaart zit Hij aan de rechterhand van God (Ps. 110:1; Hnd. 2:33-35). Deze Jezus, de Zoon des mensen die iets minder werd gemaakt dan de engelen, werd met heerlijkheid en eer gekroond en werd gesteld over de werken van Gods handen (Ps. 8:4-6; Heb. 2:6-9). In Zijn menselijkheid werd Hij gekroond met heerlijkheid en eer. Hij was een mens die was opgevaren naar de hoogte, en Hij was ook een mens die werd gekroond.
God beloofde verder dat de opgevaren Christus de Heilige Geest zou uitstorten. In Jl. 2:28-29 staat: "En daarna zal het geschieden, dat Ik Mijn Geest zal uitstorten over alle vlees; … en ook over de dienstknechten en over de dienstmaagden zal Ik in die dagen Mijn Geest uitstorten.” Deze belofte van de uitstorting van de Heilige Geest is al gedeeltelijk vervuld in de discipelen op de pinksterdag (Hnd. 2:33), en zal volledig vervuld worden in alle berouwvolle Israëlieten (Zach. 12:10).
J. Over de wederkomst van Christus
In de belofte van Gods verlossing wordt de wederkomst van Christus duidelijk genoemd: "met de wolken des hemels kwam iemand gelijk een Mensenzoon” (Da. 7:13; Mt. 24:30; 26:64; Op. 14:14). Dit verwijst naar het openbare aspect van de wederkomst van Christus. Bij Zijn eerste komst, manifesteerde Christus Zijn macht door de zieken te genezen en demonen uit te werpen, wat bewijst dat Hij de hemelse Koning is. Maar bij Zijn wederkomst zal Hij komen met alle gezag en macht om Gods oordeel ten uitvoer te brengen, de antichrist en zijn legers te vernietigen en satan te binden, en zo Zijn koninkrijk op aarde opbouwen.
“En Zijn voeten zullen te dien dage staan op den Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, tegen het oosten” (Zach. 14:4; Hnd. 1:10-12). Vóór de komst van de Heer zullen alle omringende volken hun legers verzamelen in het dal van Josafat voor een strijd (Jl. 3:9-13), die ook wel de strijd van Armageddon wordt genoemd (Op. 16:12-16). In die tijd zullen alle volken zich verzamelen om tegen Jeruzalem te strijden (Zach. 14:1-2). Op het kritieke moment zal Christus komen met tienduizenden van Zijn heiligen (Jud. 14 ; Zach. 14:5), en Zijn voeten zullen op de Olijfberg staan. Dan zal de Olijfberg in tweeën worden gespleten, het noorden en het zuiden, veroorzaakt door een grote aardbeving. Alle vervolgde uitverkorenen zullen uit het dal vluchten, en zij zullen opkijken en hun Redder zien, de Messias, Jezus van Nazareth, Degene “die zij hebben doorstoken” (Zach. 12:10). Zij zullen Hem vragen: “Wat zijn deze wonden in Uw handen?” Dan zal Hij antwoorden: “Daarmee ben ik geslagen in het huis van mijn vrienden” (Zach. 13:6). Dan zal het hele huis van Israël zich bekeren en huilen en rouwen om de zonde dat zij hun Messias hebben verlaten. God zal voor hen een fontein van genade openen tegen zonde en onreinheid (Zach. 13:1). Christus zal ook voor Zijn volk strijden. Hij is de steen die de volken zal verpletteren, en de volken zullen worden verstrooid als kaf van de dorsvloer (Da. 2:34-35; Op. 19:11-21). Deze steen zal een grote berg worden, dat wil zeggen, het koninkrijk van God, die de hele aarde vulde. Christus zal de Koning zijn om Zijn koninkrijk op aarde op te bouwen (Zach. 14:9-11; Op. 11:15), precies zoals Genesis 49:10 zegt: “Totdat Shiloh komt; en hem zullen de volken gehoorzaam zijn.” De betekenis van het woord Shiloh is “een vrede-gever”, wat duidt op de komende Christus. Wanneer Christus terugkomt, zal Hij de Koning van vrede zijn, de Vrede-gever. De hele aarde zal in die eeuw vol van vrede zijn. Jesaja 2:1-3 en 11:10 laten ook zien dat bij de tweede komst van Christus, aan het begin van het millennium, alle volken gehoorzaam zullen worden aan Christus. Zij zullen komen om Hem te aanbidden en Zijn onderricht te ontvangen.
Zo heeft God in het Oude Testament van tevoren elk aspect van Zijn verlossing duidelijk gemaakt: dat Hij een mens zou worden, dat Hij een menselijk leven op aarde zou leiden, dat Hij de zonden van de mens zou dragen en de dood aan het kruis zou lijden, dat Hij uit de dood zou worden opgewekt opdat de mens Zijn leven zou ontvangen en Zijn broeders zouden worden, en dat Hij terug zal komen om Gods oordeel over satan ten uitvoer te brengen, de eeuw beëindigen en Zijn koninkrijk binnenbrengen. Dit alles is duidelijk tot ons gesproken en aan ons beloofd in het Oude Testament.

Comments are closed.