Gods herstel en verdere schepping

II. GODS HERSTEL EN VERDERE SCHEPPING

Genesis 1:2b verwijst niet naar Gods oorspronkelijke schepping – deze was voltooid met vers 1 – maar naar Gods herstel. God ging herstellen wat beschadigd was en ging verder met scheppen. Vers 2 begint door te zeggen: “En de aarde werd woest en ledig” (Heb.). "En" is een voegwoord dat twee dingen met elkaar verbindt: het eerste ding gaat en het tweede ding komt. Dit betekent dat na Gods schepping er iets gebeurde dat veroorzaakte dat het harmonieuze en prachtige universum, oorspronkelijk door God geschapen, werd beschadigd. Daarom toont Genesis 1:2b-2:25 ons Gods herstel van het beschadigde universum en Zijn verdere schepping.

Genesis 2:4 zegt: “Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde, toen zij geschapen werden. Ten tijde, dat de HERE God aarde en hemel maakte.” Dit vers laat ons zowel Gods oorspronkelijke schepping als Gods herstel zien. Het eerste deel van het vers noemt de hemel en de aarde toen zij geschapen werden. Merk op dat de hemel eerst wordt genoemd en het werkwoord hier gebruikt geschapen is. Het tweede deel van het vers zegt dat de HERE God de aarde en de hemel maakte. Hier wordt eerst de aarde en daarna de hemel genoemd en het werkwoord is veranderd van geschapen naar maakte. Zoals we eerder hebben benadrukt betekent scheppen iets voortbrengen vanuit het niets en maken betekent het bewerken van een bestaande substantie om daar iets anders uit voort te brengen. Daarom verwijst het eerste deel van dit vers naar Gods oorspronkelijke schepping en het tweede deel naar Gods herstel van de aarde en de hemel.

In Genesis 1:1 schiep God de hemel en de aarde. Dan vanaf vers 3 tot het einde van hoofdstuk één maakte God de aarde en de hemel. Als we vers 9 en 10 lezen kunnen we zien dat God op de derde dag de aarde herstelde. God schiep de aarde niet, want deze was er al, verdwenen onder de wateren. Dus God herstelde de aarde op de derde dag. Evenzo op de vierde dag herstelde God de lucht, dat wil zeggen de hemel. Dus tijdens het herstel was het niet eerst de hemel en dan de aarde; het was eerst de aarde en daarna de hemel.

A. Gods verdere schepping is naar de orde van het leven

Tijdens Gods verdere schepping schiep Hij alle dingen naar de orde van het leven. Eerst schiep Hij de dingen zonder leven en daarna schiep Hij de dingen met leven. Tijdens de schepping van de dingen met leven begon Hij ook bij het laagste leven, gaande van niveau naar niveau, totdat Hij het hoogste leven bereikte. Eerst schiep Hij het leven zonder bewustzijn, dat wil zeggen het plantenleven, dingen zoals bomen, gras en bloemen. Hoewel deze leven hebben, heeft hun leven geen bewustzijn; daarom is hun leven het laagste leven. Daarna schiep God het dierenleven. Ook hier begon Hij bij het laagste, het leven van de dieren die eieren leggen, zoals vissen en vogels. Hoewel het leven van deze schepselen bewustzijn heeft, is het niet hoog genoeg. Daarna schiep Hij de dieren die hun jongen levend voortbrengen zoals het vee en de dieren van de aarde. Deze dieren die hun jongen levend voortbrengen bezitten een leven dat hoger is dan dat van de dieren die eieren leggen. Ze hebben niet alleen bewustzijn, maar hun bewustzijn is ook hoger. Tenslotte schiep God de mens. De mens heeft het hoogste door God geschapen leven. De mens bezit het hoogste bewustzijn onder alle schepselen.

B. Het proces

Het verslag in Genesis 1 toont dat God zes dagen nodig had om het werk van herstel en verdere schepping te doen.

Op de eerste dag kwam de Geest van God om te broeden. Bovendien sprak God en er was licht. Dus scheidde God het licht van de duisternis.

Op de tweede dag scheidde God de wateren onder het uitspansel van de wateren boven het uitspansel. Dit betekent dat Hij de hemelse dingen scheidde van de aardse dingen.

Op de derde dag werd de aarde gescheiden van de wateren. God werkte aan de wateren en streefde ernaar deze te begrenzen en te beperken, opdat het droge land tevoorschijn zou komen. Dit is precies zoals Jeremia 5:22 zegt dat God een grens stelde om de zee te beperken. Na de verschijning van het droge land ging God verder om verschillende soorten plantenleven te scheppen, elk naar zijn aard.

Op de vierde dag herstelde God de lichtdragers – de zon, de maan en de sterren – om te heersen over de dag en over de nacht en ook om het licht van de duisternis te scheiden.

Op de vijfde dag schiep God de levende wezens in het water en de vogels, het gevogelte in de lucht, elk naar zijn aard.

Op de zesde dag schiep God de levende wezens op de aarde: het vee, het kruipend gedierte en de beesten, elk naar zijn aard. Tenslotte schiep God de mens om het middelpunt te zijn van alle dingen.


Comments are closed.

{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}
Geoptimaliseerd door Optimole
Malcare WordPress Security