DE GOD VAN OPSTANDING (2)
Maar waarom benadrukken we het onderscheid tussen de levende God en de God van opstanding? Omdat, hoewel de levende God vele daden kan verrichten namens de mens, de natuur van de levende God zich niet kan vermengen met de natuur van de mens. Wanneer, aan de andere kant, de God van opstanding werkt, wordt Zijn natuur in de natuur van de mens gewerkt. Broeders en zusters, let alstublieft goed op dat zelfs wanneer de levende God een of andere handeling voor je heeft verricht, Hij na die handeling nog steeds Hij is en jij nog steeds jij. Zijn werk namens jou deelt niets van Zijn natuur in jou uit. De levende God kan namens de mens werken, maar de natuur van de levende God kan zich niet verenigen met de natuur van de mens. Aan de andere kant, wanneer de God van opstanding werkt, brengt Hij Zichzelf over in de mens door datgene wat Hij voor hem doet. Laat me twee illustraties aanhalen.
Toen het volk Israël zich in een hopeloze situatie in de woestijn bevond, opende de levende God voor hen een weg door de Rode Zee. De splitsing van de Rode Zee was een wonder dat hen liet zien dat God de levende God was, maar toch bracht dit wonder dat voor hen werd verricht geen enkele mate van het leven van God in hen. Zij waren getuige van vele andere goddelijke daden in de woestijn - God gaf hun bijvoorbeeld brood uit de hemel en water uit de rots - maar ondanks deze en andere wonderen die God voor hen verrichtte, werd er niets van God Zelf in hen uitgedeeld.
In tegenstelling hiermee getuigt de apostel Paulus dat hij niet alleen de levende God kent, maar ook de God van opstanding. Paulus werd zo zwaar beproefd dat hij wanhoopte aan het leven, maar zo leerde hij te vertrouwen op de God die de doden opwekt. Toen de God van opstanding namens hem handelde om hem uit de dood op te wekken, voltooide die goddelijke handeling niet alleen iets voor Paulus; het bracht ook Gods eigen natuur over in Paulus.
Broeders en zusters, maak hier onderscheid. De wonderen die voor Israël in de woestijn werden verricht, waren daden van de levende God; maar ondanks de vele wonderen die voor hen werden verricht, werd er niets van God in hun samenstelling gewerkt. De wonderen die voor Paulus werden verricht, werden verricht door de God van opstanding, en elk nieuw wonder bracht een nieuwe maat van God Zelf in het leven van Paulus. Helaas! Hoewel er vele geslachten zijn geweest sinds de opstanding, zijn veel christenen bijna onwetend over de God van opstanding en zijn zij alleen geïnteresseerd in de levende God. Laat me proberen deze zaak duidelijk te maken aan de hand van ons dagelijks leven.
Een broeder wordt ernstig ziek. Zijn geval wordt als hopeloos beschouwd, maar God is hem barmhartig en verricht een wonder voor hem zodat hij herstelt. Daarna getuigt hij van het feit dat God de levende God is. Maar binnen korte tijd na zijn herstel stort hij zich in de wereld. Zelfs wanneer hij in de wereld leeft, herinnert hij zich nog dat God de levende God is en dat God zijn leven heeft beschermd tegen de dood. Maar hij heeft niet een toename van goddelijk leven ervaren; hij heeft alleen een wonder van genezing ervaren.
Een andere broeder wordt ziek. Dag na dag gaat voorbij zonder enige verbetering. Lang blijft hij balanceren op de rand van het graf. Dan, wanneer hij zijn leven volledig heeft opgegeven, wordt hij zich in het diepst van zijn wezen geleidelijk bewust van God. Het opstandingsleven begint binnenin te werken en hij ontwaakt tot het feit dat dit opstandingsleven een leven is dat alle kwelling kan overwinnen en zelfs de dood kan verzwelgen. Hij is zich nog steeds bewust van veel zwakheid en wordt zwaar op de proef gesteld; niettemin verdiept het besef zich dat God niet werkt om Zijn macht bekend te maken in uiterlijke daden, maar dat Hij werkt om Zichzelf uit te delen. Geleidelijk breekt het licht op hem en geleidelijk keert de gezondheid terug. Deze broeder ervaart niet alleen een genezing; hij komt in een nieuwe ervaring van God. De andere broeder kan getuigen van een wonder dat in zijn lichaam is gewerkt, en kort daarna kan hij zich meteen in de wereld storten; maar als deze broeder een woord van getuigenis geeft, is daar niets sensationeels aan en ligt er geen nadruk op de genezing; toch ontmoet je God in zijn leven.
Laat me een verhaal vertellen om dit verder te illustreren. Een broeder die zich bezighield met export had geregeld dat hij een zending goederen zou verzenden met een zeker schip. Op de een of andere manier liepen de goederen vertraging op en werden ze doorgestuurd met een later schip. Kort daarna hoorde hij dat de boot waarmee hij de goederen oorspronkelijk had willen verzenden, gezonken was. Hoe prees hij God voor Zijn overheersende genade! “O God,” zei hij, ”hoe volmaakt was Uw leiding! U bent waarlijk de ware en levende God.”
Enige tijd later kreeg dezelfde broeder tuberculose en om de zaken nog ingewikkelder te maken, kreeg hij ook spijsverteringsproblemen. De tbc riep om een voedzaam dieet, terwijl de spijsverteringsklachten dat verboden. Hij was er slecht aan toe, maar zijn vrouw troostte hem en zei: "Herinner je je de gebeurtenis van twee maanden geleden niet meer, toen God die partij goederen redde? Oh, onze God is de ware en levende God.” Maar bij deze gelegenheid leek God waar noch levend, want hoe meer het echtpaar bad, hoe meer de broeder bloedde; hoe meer ze baden, hoe erger zijn spijsverteringsklachten werden. Hij was verward. Uiteindelijk gaf hij toe aan twijfel en zijn vrouw begon ook vragen te stellen. Een paar maanden later kwam zijn bedrijf tot stilstand. Zijn gezondheid ging voortdurend achteruit en zijn financiële middelen namen continu af, totdat hij en zijn vrouw de wanhoop nabij waren. In hun uiterste nood riepen ze al hun verenigde geloof bijeen en baden nogmaals: “O God, U bent de levende God. Wij geloven dat U ons nog genadig zult zijn.” Maar de volgende dag kreeg de patiënt opnieuw een bloeding en noch hij noch zijn vrouw konden nog geloof beoefenen. De levende God verdween van hun horizon! Vrienden en buren verklaarden de zaak van de broeder hopeloos en het oordeel van de dokter bevestigde dit.
Maar dat was niet het einde van het verhaal. Er vond een crisis plaats in het innerlijke leven van die broeder. Het begon hem te dagen (hoewel hij het toen niet kon definiëren zoals wij het nu definiëren) dat hij God wel kende als de levende God, maar Hem niet kende als de God van opstanding. Hij kende de leerstelling van opstanding, maar hij kende de werkelijkheid van opstanding niet. Hij wist uit ervaring dat God in zijn leven was gekomen, maar hij wist niet uit ervaring dat hij in het leven van God was gekomen. Het werd hem duidelijk dat hij vanaf zijn bekering tot op dat moment het leven van God had bezeten, maar dat hij niet in het leven van God had geleefd. Zelfs toen hij tot God had gebeden, had hij onafhankelijk van Hem geleefd. Hij zag dat zelfs zijn geloof in God zijn geloof was geweest, dat zijn vertrouwen op God zijn vertrouwen was geweest. Hij zag al zijn inspanningen om God te behagen als iets dat onafhankelijk van God was. Hij was vervuld van wroeging. Hij verafschuwde zichzelf. Zijn genezing was geen vraag meer. Zijn omstandigheden waren geen vraag meer. Zijn enige vraag was hijzelf. Hij werd zich er overweldigend van bewust dat wat hij als zijn meest geestelijke dienst had beschouwd, iets buiten het goddelijke leven was geweest. Niemand verkondigde hem iets, maar de Heilige Geest gaf hem een diepe registratie van zijn individualisme. Hij oordeelde onbarmhartig over zichzelf en hield op aan enige gedachte van verbetering in gezondheid of omstandigheden te denken. Op dat moment gebeurde er iets vreemds: zijn gezondheid begon te verbeteren. Niemand wist wanneer of hoe de genezing plaatsvond. Er was gewoon een geleidelijke toename van kracht totdat hij weer helemaal beter was. Op een eerder tijdstip kon hij getuigen van God als de levende God en al die tijd zijn leven in onafhankelijkheid van God leven; vanaf dat moment kende hij de God van opstanding en begon hij te leven in afhankelijkheid van het opstandingsleven.
Broeders en zusters, onthoud dat God ons juist daarom door allerlei moeilijkheden laat gaan, zodat we Hem kennen als de God van opstanding. Hij leidt ons voortdurend tot in de dood, omdat we alleen in Zijn dood het opstandingsleven kunnen ervaren.
De ervaring van Christus als het leven
voor de opbouw van de Gemeente
In De Ervaring van Christus als het Leven voor de Opbouw van de Gemeente geeft Witness Lee duidelijk aan hoe belangrijk het is dat elke gelovige Christus ervaart en geniet. Uiterlijke correctie en zelfverbetering mogen dan tijdelijke vruchten afwerpen, zij verdwijnen echter weer net zo snel als ze gekomen zijn.