
GOD
ZIJN PERSOON, ZIJN NATUUR EN EIGENSCHAPPEN,
ZIJN MANIFESTATIE EN ZIJN WERK
In dit universum is er niets zoals de unieke God. Het is moeilijk voor ons als mens om te doorgronden hoe wonderbaarlijk God is. Wij zijn beperkt in de tijd, maar Hij is eeuwig. Wij zijn beperkt in de ruimte, maar Hij is alomtegenwoordig. Wij zijn beperkt in ons begrip, maar Hij is alwetend. Hij gaat onze beste gedachten over Hem te boven en Zijn wegen gaan onze wegen ver te boven. Vanwege onze beperkingen leggen wij Hem vaak onze menselijke maatstaven op en wegen Hem op een menselijk niveau; maar Hij is goddelijk en eeuwig en Zijn maatstaf is niet de onze. Veel mensen geven God de schuld van de kwalen van de menselijke toestand en vragen bitter: "Als God zo liefdevol is, waarom laat Hij dit dan gebeuren?" Maar misschien verwachten zij onbewust dat God als de mens is en begrijpen zij niet dat onze kwalen weerspiegelen hoezeer wij tekortschieten om als God te zijn. Als wij Hem beschouwen zoals Hij is en niet zoals wij denken dat Hij zou moeten zijn, dan zien wij dat Hij in elk aspect van Zijn wezen goed, juist en rechtvaardig is. In Zijn persoon, Zijn natuur en eigenschappen, Zijn manifestatie en Zijn werk is Hij inderdaad ver boven alles verheven. Gelukkig, God bestaat!
ZIJN PERSOON
Wat men over God kan weten, wordt in de Bijbel geopenbaard. De Bijbel is het enige verslag dat door God is gegeven over Zichzelf en Zijn daden. Zonder de Bijbel blijven wij achter met alleen de meningen van de mens over God, onbetrouwbaar vanwege de beperkingen van de mens. Maar als wij de Bijbel aanvaarden en geloven, als Gods getuigenis van Zichzelf, hebben wij een duidelijke manier om Hem te leren kennen.
Volgens de Bijbel is er maar één God. De vroegere Joden beleden dit, evenals de moderne gelovigen: "Hoor, Israël: De HERE is onze God, de HERE is één" (Dt. 6:4) en "Er is geen God dan één" (1 Kor. 8:4). En toch, de zuivere openbaring van de Heilige Schrift getuigt dat God drie is: de Vader, de Zoon en de Geest. Ons rationele verstand zal zich afvragen: Hoe kan God één en drie zijn? Maar God gaat de menselijke ratio te boven. Omdat Hij God is, verbijstert Zijn Wezen onze menselijke gedachten. In Zijn wezen is Hij drie-enig, "drie-één". Alle Drie zijn God, alle Drie zijn gelijk en alle Drie zijn eeuwig. Maar we moeten niet denken dat er drie Goden zijn; in plaats daarvan is de goddelijke waarheid dat de Drie te onderscheiden zijn, maar nooit te scheiden. De Vader, de Zoon en de Geest wonen wederzijds in elkaar (Joh. 14:9-10; 8:29; Lc. 4:1). Waar de Vader is, zijn de Zoon en de Geest. Wanneer wij de Zoon zien, zijn de Vader en de Geest daar. Wanneer de Geest tot ons komt, brengt Hij de Vader en de Zoon tot ons.
Omdat God drie-enig is, kan Hij tot de mens komen en Zichzelf in ons uitdelen. De apostel Paulus spreekt over de Drie-enige God als de God van onze ervaring: "De genade van de Heer Jezus Christus en de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen" (2 Kor.13:13). In Zijn drie-eenheid komt God de Vader tot de mens als de liefdevolle bron, belichaamd in de genietbare Christus van genade en verwezenlijkt door de mededelende en overbrengende Geest. Hoewel God zo mysterieus en wonderbaarlijk is, is Hij beschikbaar voor de mens omdat Hij drie-enig is.
ZIJN NATUUR EN EIGENSCHAPPEN
In de Bijbel staan drie kleine zinnen die Gods natuur aan ons openbaren: "God is Geest" (Joh. 4:24), "God is liefde" (1 Joh. 4:8, 16) en "God is licht" (1 Joh. 1:5). Deze beschrijven niet hoe God is, maar wat God is. Hij is niet alleen geestelijk, maar Geest, niet alleen liefdevol, maar de liefde zelf, en niet alleen in het licht, maar het licht zelf. Daarom, als we God kunnen hebben – en dat kunnen we – dan kunnen we Geest, liefde en licht hebben. Deze voldoen aan de grote behoeften van de mens. Menselijke ethiek en moraal schieten ver tekort ten opzichte van wat God in Zijn behoudenis de mens aanbiedt, want door Hem te ontvangen worden wij deelhebbers van wat Hij is in Zijn natuur (2 Pe. 1:4) – wij hebben deel aan Hem als Geest, liefde en licht.
Gods natuur is eenvoudig, maar zijn eigenschappen zijn veelvoudig. De Bijbel geeft ons een lange lijst van eigenschappen die God bezit. Om er maar een paar te noemen, weten we dat Hij leeft (Dt. 5:26; Heb. 9:14), heilig (Js. 6:3), rechtvaardig (Op. 15:3), getrouw (1 Kor. 1:9), wijs (Rom. 16:27), barmhartig (Rom. 9:16), medelevend (Rom. 9:15), onpartijdig (Rom. 2:11), onveranderlijk (Jak. 1:17), heerlijkheid (Hnd. 7:2), eervol (Op. 5:13), majestueus (Jud. 25), machtig (Ef. 1:19) en krachtig (Op. 1:6) is. Hij is genade (Ef. 2:7), vrede (Rom. 16:20), vreugde, hoop (Rom. 15:13), vertroosting (Rom.15:5), goedertierenheid, verdraagzaamheid, lankmoedigheid (Rom.2:4) en volharding (Rom.15:5). En dit alles put niet uit wat Hij is in Zijn eigenschappen. Zo'n God is onze Redder en als onze redding verlangt Hij deze rijkdommen in ons uit te delen.
ZIJN MANIFESTATIE
Hoewel God zo wonderbaarlijk is, is Hij mysterieus. En toch heeft God Zich aan de mens gemanifesteerd. Dit deed Hij eerst in de persoon van Jezus Christus. De apostel Johannes schrijft: "Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen" (Joh. 1:18). In Christus woont al de volheid van de Godheid lichamelijk (Kol. 2:9); dat wil zeggen, alles van God is belichaamd in Christus. Christus is de manifestatie en uitdrukking van God op een individuele manier. Maar God wordt ook op een collectieve manier gemanifesteerd. God heeft Christus "tot Hoofd boven al wat is, gegeven aan de gemeente, die Zijn Lichaam is, vervuld met Hem, die alles in allen volmaakt" (Ef. 1:22-23). Christus is de manifestatie van God op een individuele manier en de gemeente, als het Lichaam van Christus, is de manifestatie van Christus op een collectieve manier. In de gemeente wordt God dus collectief gemanifesteerd. Tenslotte zal God in de komende eeuwigheid gemanifesteerd worden in het Nieuwe Jeruzalem, de uiteindelijke wederzijdse woonplaats van God en mens. Dit zal voor eeuwig de voleindiging van Zijn collectieve uitdrukking zijn. In de geest zag de apostel Johannes het visioen van deze collectieve manifestatie: "En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.... En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel van God....En ik hoorde een luide stem van de troon, zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen" (Op. 21:1-3). Deze stad duidt aan dat God voor eeuwig volledig gemanifesteerd zal worden door Christus en door Zijn verloste volk.
ZIJN WERK
God is een werkende God. Hiervan getuigde de Heer Jezus: "Mijn Vader werkt tot nu toe, en Ik werk ook" (Joh. 5:17). In de verleden eeuwigheid vormde God Zijn plan, Zijn economie, en koos Hij de gelovigen uit om heilig te zijn (Ef. 1:4). Deze bestemde Hij tot zoonschap (Ef.1:5). Al vóór de grondlegging van de wereld bepaalde God een weg van verlossing voor de mens (Hnd. 2:23; 1 Pe. 1:19-20). In de loop der tijd schiep God het universum en in het bijzonder schiep Hij de mens voor Zijn doel. Duizenden jaren lang nam Hij de mens onder handen, eerst het Adamitische ras in het algemeen, daarna het geroepen ras van de Joden, de nakomelingen van Abraham. Tenslotte kwam Hijzelf als mens. Door menswording begon Hij een nieuw tijdperk waarin Hij vermengd is met de mens en door de mens leeft. In Zijn mens-zijn ging Hij naar het kruis en stierf voor onze zonden; daarna stond Hij na drie dagen op uit de dood (1 Kor. 15:3-4). Hierdoor werd voor ons een eeuwige verlossing tot stand gebracht (Heb. 9:12). Op grond van deze verlossing vergeeft (Ef. 4:32), rechtvaardigt (Rom. 3:24), verzoent (Rom. 5:10) en regenereert (1 Pe. 1:3) God nu iedereen die in de persoon en het werk van Christus gelooft. Vandaag heiligt Hij de gelovigen (1 Tes. 5:23) en leidt hen als Zijn zonen tot heerlijkheid (Heb. 2:10). In de toekomstige eeuwigheid zal de verlossende God de nieuwe hemel en de nieuwe aarde besturen en uit Zijn troon zal een rivier van levensvoorziening voor al Zijn verloste volk ontspringen (Op. 22:1). Hij zal voor eeuwig tot uitdrukking worden gebracht door Zijn verlosten, want zij zullen de heerlijkheid van God dragen (Op. 21:11). Zo zal God door Zijn werk alle dingen nieuw maken (Op. 21:5).
Gods behoudenis is door de Geest beschikbaar voor iedereen die zich bekeert en in Christus gelooft. Zo'n God verlangt ernaar dat alle mensen zo'n grote behoudenis binnengaan en genieten.
Gods verlangen en Gods doel
Het doel van God voor de mens heeft niet te maken met het voorkomen van mislukkingen of het behalen van overwinning. Gods unieke doel voor Zijn uitverkorenen is om in hen te komen en Zichzelf met hen te vermengen. De bruikbaarheid en het functioneren van de mens in relatie tot God zijn verbonden aan zijn vermogen om met God vermengd te worden
