CHRISTUS DE ZOON 

BETREFFENDE ZIJN STATUS ALS
DE ENIGGEBOREN ZOON VAN GOD,
DE ZOON DES MENSEN EN
DE EERSTGEBOREN ZOON VAN GOD 

In dit universum is er een uniek persoon, die alleen zowel God als mens is. Door Hem is God niet langer zo ver weg dat wij Hem niet kunnen kennen, noch zo abstract dat wij Hem niet kunnen ervaren. In deze unieke persoon zijn God en mens samengebracht en één geworden. Door Hem is de goddelijke natuur onder de mensen gemanifesteerd en ter beschikking gesteld van de mens, opdat de mens er deel aan zou hebben (2 Pe. 1:4); door Hem is de menselijke natuur verheven tot het eeuwige vlak, opdat God voor altijd door de mensheid gemanifesteerd zou worden. Deze unieke persoon is Christus Jezus de Heer. Hij is in alle opzichten wonderbaarlijk en heeft vele statussen als God en mens. Maar wanneer wij ons concentreren op slechts drie van Zijn statussen, ontdekken wij dat Hij God is die mens is geworden voor ons genot en voor Zijn uitdrukking voor de eeuwigheid. Dit zien we wanneer we Christus beschouwen als de eniggeboren Zoon van God, als de Zoon des mensen en als de eerstgeboren Zoon van God.

DE ENIGGEBOREN ZOON VAN GOD

Ons begrip van God is noodzakelijkerwijs alleen op de Bijbel gebaseerd, want de Bijbel is het unieke verslag dat door God aan de mens is gegeven over Hemzelf. Volgens de openbaring in zowel het Oude als het Nieuwe Testament, de twee delen van de Bijbel, is er één God in dit universum en deze God is drie-enig; dat wil zeggen, Hij is tegelijkertijd één en drie. Ons rationele verstand zal suggereren dat er drie Goden zijn, maar de zuivere openbaring van de Schrift zegt ons dat dit niet zo is. God is één (Dt. 6:4; 1 Kor. 8:4) en toch is Hij de Vader, de Zoon en de Geest (Mt. 28:19; 2 Kor. 13:13). De Vader is volkomen God, de Zoon is volkomen God en de Geest is volkomen God. De Drie zijn geenszins gescheiden, want Zij wonen wederzijds in elkaar; maar Zij zijn zeker te onderscheiden, zoals hun namen Vader, Zoon en Geest aangeven. De Vader is de bron, de Zoon is de uitdrukking en de Geest is de overbrenging in de Godheid.

De Bijbel noemt de tweede in de Godheid de eniggeboren Zoon van God (Joh. 1:14,18; 3:16,18; 1 Joh. 4:9). Deze wonderbaarlijke titel zegt ons veel over Christus. Als de eniggeboren Zoon is Hij van dezelfde essentie als de Vader en de Geest. De hele volheid van de Godheid woont in Hem (Kol. 2:9); dat wil zeggen, Hij bezit de volledige essentie van God met al zijn unieke eigenschappen. Hij is volledig en volkomen God. Wanneer de Bijbel naar Hem verwijst als de Eniggeborene, betekent dit niet dat Hij op een bepaald moment in de eeuwigheid verwekt werd uit God en dat er een tijd was dat Hij niet bestond; integendeel, Hij is eeuwig God (Heb. 1:12; 7:3). Zijn verwekking verwijst niet naar een gebeurtenis, maar naar een eeuwige relatie tot de Vader: De Vader is de eeuwige bron van de Zoon en de Zoon is de eeuwige uitdrukking van de Vader. Vóór de tijd en vóór de schepping was Christus eeuwig bij God en was Christus eeuwig God (Joh. 1:1). In de Godheid drukt Hij alleen God uit, want Hij is de eniggeboren Zoon van God.

DE ZOON DES MENSEN

Hoewel God buiten de tijd staat, trad Hij op een dag Zijn schepping binnen en werd een mens in de tijd. Bedenk hoe wonderbaarlijk het is dat de eeuwige God een mens werd. En Hij was werkelijk mens. Hij werd verwekt in de schoot van een menselijke maagd (Mt. 1:20) en werd geboren als een echt mensenkind. Toch was Hij nog steeds de volmaakte en volkomen God. Mattheüs schrijft: “Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden hetgeen de Here door de profeet gesproken heeft, toen hij zeide: Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren, en men zal Hem de naam Immanuel geven, hetgeen betekent: God met ons." (Mt. 1:22-23). Jezus Christus is onze Immanuel: Hij is God met ons; Hij is God in de mens. Door Zijn vleeswording heeft Christus onze menselijke natuur op Zich genomen. Hij is nog steeds de eeuwige God, die de goddelijke essentie met de goddelijke natuur bezit, maar Hij is ook de volmaakte mens, die de menselijke natuur bezit. Daarom is er in Christus zowel het goddelijke als het menselijke.

In Zijn vleeswording wordt Christus de Zoon des mensen genoemd (Mt. 12:8, 40; Mc. 8:31, 38; Lc. 19:10; 22:69; Joh. 3:13; 6:53; 13:31). Dit is een andere wonderbaarlijke titel van Christus, want het geeft aan dat Christus een echt mens is en de volmaakte vertegenwoordiger van ons ras. Hoewel Hij deelhad aan vlees en bloed (Heb. 2:14) zoals wij, had Hij niet het zondige element dat wij hebben – Hij is zonder zonde (Heb. 4:15; 2 Kor. 5:21). Gedurende zijn leven op aarde heeft Hij geen zonde begaan (1 Pe. 2:22). Daarom is Hij, als de Zoon des mensen, de volmaakte mens.

Christus was dus de eniggeboren Zoon van God, de volkomen God, in Zijn goddelijkheid; en in Zijn mensheid was Hij de Zoon des mensen, de volmaakte mens. Deze wonderbaarlijke God-mens leefde een volledig, goddelijk menselijk leven op aarde en ging toen naar het kruis om voor onze zonden te sterven. Als de Zoon des mensen was Hij in staat de straf te ondergaan voor de zonden van de hele mensheid (Gal. 1:4; Rom. 5:8); en als de Zoon van God was Hij in staat om door de Geest een eeuwige verlossing voor ons te verkrijgen (Heb. 9:12). Alleen deze unieke persoon, omdat Hij zowel goddelijk als menselijk is, kon zo'n eeuwige verlossing tot stand brengen.

DE EERSTGEBOREN ZOON VAN GOD

Na Zijn dood aan het kruis werd Christus opgewekt uit de dood (1 Kor. 15:4). Alleen Zijn menselijkheid was gestorven; maar krachtens Zijn goddelijkheid werd Zijn menselijkheid opgewekt uit het graf. Op de morgen van Zijn opstanding verklaarde Hij dat Zijn discipelen nu Zijn broeders waren en dat Zijn Vader nu hun Vader was (Joh. 20:17). Hierdoor maakte Hij duidelijk dat wij, die in Hem geloven, nu de zonen van God zijn (Gal. 3:26; Joh. 1:12; Rom. 8:14). Door Zijn opstanding werd Hij de eerstgeboren Zoon van God (Rom. 8:29) en wij die in Hem geloven werden de vele broeders, de vele zonen van God (Heb. 2:10; 1 Pe. 1:3).

Vroeger, vóór Zijn vleeswording, was Christus de eniggeboren Zoon van God. Dit verwijst naar Zijn goddelijkheid en naar Zijn identiteit in de Godheid. Hij is eeuwig de eniggeboren Zoon van God en als zodanig kan Hij nooit broeders hebben. Toch verklaart de Schrift dat Hij ook de Eerstgeborene is onder vele broeders (Rom. 8:29). Dit verwijst naar Hem in opstanding, toen Hij verheerlijkt werd als de Zoon van God zowel in Zijn goddelijkheid als in Zijn menselijkheid. De apostel Paulus sprak hierover: "…God de belofte, die aan de vaderen geschied is, aan ons, hun kinderen, vervuld heeft door Jezus op te wekken, gelijk in de tweede psalm geschreven staat: Mijn zoon zijt Gij; Ik heb U heden verwekt.'" (Hnd 13:32-33). Toen Christus werd opgewekt, werd Zijn menselijkheid verwekt om ook de Zoon van God te zijn. In Zijn goddelijkheid was Hij reeds de eniggeboren Zoon van God, maar door Zijn opstanding werd Zijn menselijkheid ook de Zoon van God en werd de weg geopend voor ons om de vele zonen van God te worden. Op een andere plaats schrijft Paulus dat Christus "naar de geest der heiligheid door zijn opstanding uit de doden verklaard Gods Zoon te zijn in kracht, Jezus Christus, onze Here" (Rom. 1:4). Als de Eniggeborene hoefde Christus nooit als de Zoon van God te worden aangeduid, maar door Zijn opstanding werd de mensheid van Christus in kracht als de Zoon van God aangeduid. Nu is Hij de Zoon van God zowel in Zijn goddelijkheid als in Zijn menselijkheid. Zijn menselijkheid is "verzoond" en verheven tot het eeuwige vlak. Vandaag is Christus als de eniggeboren Zoon in Zijn goddelijkheid en als de Zoon des mensen in Zijn menselijkheid de eerstgeboren Zoon van God.

De waarheid betreffende de persoon van Christus is het goede nieuws van onze behoudenis. De eeuwige eniggeboren Zoon van God werd de Zoon des mensen, die voor onze zonden stierf en werd opgewekt voor onze aanvaarding voor God (Rom. 4:25); en in de opstanding werd deze God-mens de eerstgeboren Zoon van God, en maakte ons die in Hem geloven tot Zijn vele broeders, de vele zonen van God. Wij, die eens zondaars waren, kunnen zonen van God worden door berouw te hebben van onze zonden en in Christus te geloven. Dit is Zijn behoudenis voor de mens.

Het mysterie van Christus

Wie is Christus? Om God te kennen, moeten we Christus kennen, die zowel de definitie als de uitleg en ook de uitdrukking van God is. En om Christus te kennen, moeten we de Gemeente kennen, die op haar beurt de definitie, uitleg en uitdrukking van Christus is.

Leestijd nog minuten
Geoptimaliseerd door Optimole
Malcare WordPress Security