DE GEEST IN
DE EEUW VAN OPENBARING

BETREFFENDE DE ZEVENVOUDIG VERSTERKTE GEEST EN DE VOLEINDIGDE GEEST

Vandaag de dag zijn veel mensen geïnteresseerd in de oude profetieën betreffende de eindtijd, en het onderwerp van de grootste aandacht is misschien wel het laatste boek van de Bijbel, Openbaring, of de Apocalyps. Deze belangstelling is gerechtvaardigd omdat we ons inderdaad in de eeuw van de Openbaring bevinden. Veel van de dingen die in dit boek worden voorspeld zijn uitgekomen, wat aangeeft dat het relevant is voor onze tijd. Maar de meeste mensen hebben belangstelling voor de merkwaardige en bovennatuurlijke zaken in dit boek en missen helaas de belangrijkste openbaring die erin te vinden is. De allereerste woorden van dit boek zijn: "De openbaring van Jezus Christus," en deze woorden fungeren als een soort titel voor het hele boek. Het boek Openbaring is niet zozeer een opsomming van eindtijdprofetieën, als wel een onthulling van Jezus Christus, die het universum bestuurt en de eeuwen afsluit voor de toegang van de mens tot in de eeuwigheid.

Het universele bestuur van Christus is gericht op de behoudenis van de mens. Maar de behoudenis die Christus biedt is niet slechts een redding uit de chaotische wereld die Gods vijand wil, of van de eeuwige straf waar de ongehoorzaamheid van de mens om vraagt. Integendeel, de mens kan genieten van een behoudenis tot in het eeuwige leven en tot de goddelijke heerlijkheid zonen van God te worden. Christus bestuurt alle dingen opdat wij, gevallen zondige mensen, deel zouden hebben aan Zijn goddelijke natuur (2 Pe. 1:4) en zonen van God zouden worden, zoals Hijzelf de eerstgeboren Zoon van God is (Rom. 8:29).

Christus is God, en God is drie-enig. Ook al kan onze beperkte denkwijze niet bevatten hoe dit mogelijk is, toch is de God van dit universum één God in drie Personen – de Vader, de Zoon en de Geest (1 Kor. 8:4; Mt. 28:19). Christus de Zoon werd mens, en na een volledig en volmaakt menselijk leven, stierf Hij voor onze zonden en stond Hij op uit de dood (1 Kor. 15:3-4). In de opstanding werd ook Zijn menselijkheid aangeduid als Zoon van God (Rom. 1:3-4), zodat Hij niet alleen in Zijn goddelijkheid, maar nu ook in Zijn menselijkheid God is. Als zo'n verheerlijkte en verheven God-mens bestuurt Hij het universum om de mens tot behoudenis te brengen, d.w.z. om vele zonen tot heerlijkheid te brengen (Heb. 2:10).

Terwijl Christus bestuurt, voltooit de Geest, de derde van de Goddelijke Drie-eenheid, het bestuur van Christus. De Geest is voor de mens de werkelijkheid van alles wat Christus is (Joh. 15:26; 16:13); daarom wordt het bestuur van Christus om de volledige behoudenis van de mens tot stand te brengen, op ons toegepast door de Geest. In de eeuw van Openbaring is de Geest de praktische uitwerking van het werk van Christus om ons tot het uiterste te redden, om ons te redden tot in de heerlijkheid. Dit is duidelijk te zien in het tweede en derde hoofdstuk van het boek Openbaring, waar zeven korte brieven aan zeven vroege gemeenten worden gepresenteerd. Elk van deze brieven is geschreven door Christus, zoals het begin van elk duidelijk vermeldt; maar elke brief eindigt met de woorden: "Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt." Christus spreekt, maar het goddelijk verslag noemt het het spreken van de Geest, omdat de Geest Christus de Zoon overbrengt in en Hem toepast op de mens. De Geest is de werkelijkheid van Christus. Daarom is het zeer de moeite waard om de functie van de Geest in de eeuw van Openbaring te overwegen. Een zorgvuldige lezing van het boek Openbaring levert twee geweldige aspecten van de Geest op: de zevenvoudig versterkte Geest en de voleindigde Geest.

DE ZEVENVOUDIG VERSTERKTE GEEST

In de eerste verzen van Openbaring wordt de Drie-enige God op een volledige en veelzeggende wijze aangeduid: "Genade zij u en vrede van Hem die is en die was en die komt (d.w.z. de Vader), en van de zeven Geesten die voor Zijn troon zijn (d.w.z. de Geest), en van Jezus Christus, de getrouwe Getuige, de Eerstgeborene uit de doden en de Overste van de koningen der aarde (d.w.z. de Zoon)" (1:4-5). De Geest in Openbaring is niet slechts de Geest van God in het Oude Testament, noch de Geest van Jezus Christus in de vroegere gedeelten van het Nieuwe Testament; Hij is eerder de zeven Geesten, dat wil zeggen, de zevenvoudig versterkte Geest. Later verschijnen deze zeven Geesten opnieuw: "En zeven vurige fakkels branden voor de troon, dit zijn de zeven Geesten Gods" (4:5). Deze zeven vurige fakkels, die de zeven Geesten Gods zijn, duiden op het verlichten en doorzoeken van de zevenvoudig versterkte Geest. De eeuw van Openbaring is een eeuw van duisternis, waarin de toestand van de mens ernstig in verval raakt en Gods vijand welig tiert. Het branden en zoeken van de zevenvoudig versterkte Geest is nodig voor Christus om de volledige behoudenis van de mens tot stand te brengen. In feite lezen we in het visioen van Christus in Openbaring 5 dat Christus het Lam "zeven ogen, welke zijn de zeven Geesten Gods, uitgezonden over de gehele aarde" (vs. 6) heeft. Wanneer wij al deze mysterieuze beelden samenvoegen, zien wij Christus als het Lam Gods dat ons door Zijn dood tot God verlost, en wij zien de zevenvoudig versterkte Geest als het branden en zoeken van Christus, als Zijn eigen ogen, uitgezonden over de gehele aarde om Gods universele bestuur te voltooien, dat gericht is op de volledige behoudenis van de mens. Wij mensen staan onder de brandende en zoekende blik van de zevenvoudig versterkte Geest. Hij komt om ons te vinden; en ons vindend, brengt Hij ons tot God en brengt Christus onze Verlosser tot ons. Hij is de "ogen" van Christus, die Christus tot ons brengt en ons tot God brengt. Terwijl u dit artikel leest, bent u onder Zijn striemende blik; Hij zoekt om God in u te brengen en u in God.

DE VOLEINDIGDE GEEST

Christus' bestuur voor de volledige behoudenis van de mens zal slagen. Hij is God en bezit dus alle macht en gezag in het universum (Mt. 28:18; Op. 12:10); Hij is ook de verheven en verheerlijkte mens en is dus in staat ons tot het uiterste te behouden (Heb. 7:25). De zevenvoudig versterkte Geest, als de werkelijkheid van deze regerende Christus, beweegt zich in intiem contact met de mens, Hij past Gods behoudenis toe op de mens en verzekert het welslagen van het bestuur van Christus. Uiteindelijk zal God een groep mensen verkrijgen die Zijn volledige behoudenis ontvangen en met Hem de heerlijkheid binnengaan. Helemaal aan het eind van de Bijbel, aan het eind van de eeuw van Openbaring, zijn God en mens op wonderbaarlijke wijze met elkaar verweven, zodat God volledig tot uitdrukking wordt gebracht door de mens en de mens volledig wordt verheerlijkt in God. In Openbaring 22:17 uiten God en mens één enkele kreet – “De Geest en de bruid zeggen: Kom!" – waarmee wordt aangegeven dat Gods uitverkoren, verloste, wedergeboren en getransformeerde mensen de Geest in die mate hebben ervaren dat zij volledig één zijn met Hem.

De termen de Geest en de bruid verwijzen naar twee voleindigingen, één voor God en één voor de mens. De drie-enige God – de Vader, de Zoon en de Geest – is volledig betrokken geweest bij de behoudenis van de mens. De Vader heeft deze behoudenis gepland, Zijn verloste volk uitverkoren en Zijn goddelijk leven uitgedeeld om hen als Zijn zonen tot wedergeboorte te brengen. De Zoon werd mens, volbracht de verlossing van Gods uitverkoren volk en brengt hen tot zoonschap met Hem. De Geest past Christus' verlossing en behoudenis toe, geeft het goddelijke leven van de Vader aan de gelovigen om hen tot zonen te maken en transformeert hen in de Zoon tot Gods vele verheerlijkte zonen. Daarom is de Geest de Drie-enige God die de mens bereikt met Gods behoudenis; de Geest is de voleinding van de Drie-enige God.

De bruid is de voleinding van de mens na Gods behoudenis. God schiep de mens om Hem tot uitdrukking te brengen en Hem te vertegenwoordigen (Ge. 1:26). Gods behoudenis is eenvoudig het bereiken van dit doel. Wanneer deze behoudenis volledig verwezenlijkt is, zal de mens God volledig tot uitdrukking brengen. God en mens zullen één zijn, net zoals man en vrouw één zijn. Het doel van Gods behoudenis is om de mens tot bruid van Christus te maken. Daarom worden in Openbaring 22:17 de uitverkoren, verloste, wedergeboren en getransformeerde mensen van God, heel eenvoudig, de bruid genoemd.

Aan het einde van Gods werk onder Zijn schepping zullen deze twee voleindigde personen – de Geest en de bruid – voor eeuwig een universeel paar vormen. Door zo'n huwelijk zal God volledig met de mens vermengd zijn en door de mens tot uitdrukking gebracht worden, en de mens zal volledig verheven en verheerlijkt zijn in God. Dit is het werk dat vandaag door de Geest wordt volbracht in de eeuw van Openbaring.

De Geest met onze geest

De openbaring van de Geest in de Bijbel duidt op Gods verlangen om door de mens ontvangen, ervaren en genoten te worden, terwijl de openbaring van de menselijke geest duidt op de unieke wijze waarop de mens God kan kennen en ervaren.

Leestijd nog minuten
Geoptimaliseerd door Optimole
Malcare WordPress Security