
Diepte roept tot de diepte (3)
GETUIGEN ZONDER VERTOON
Maar is het dan niet noodzakelijk dat we getuigen? Natuurlijk wel. Paulus deed het ook en talloze kinderen van God hebben dit door de eeuwen heen gedaan. Het geven van een getuigenis is één ding; je ervaringen tentoonspreiden, omdat je er behagen in schept, is echter iets heel anders. Wat is onze beweegreden om te getuigen? Getuigen we ten behoeve van anderen, of getuigen we, omdat we onszelf zo graag horen spreken? De liefde voor je eigen stem en het verlangen om anderen te helpen, zijn twee totaal verschillende dingen. Wij getuigen, omdat er een probleem is en we erover moeten spreken. Het geven van een getuigenis is echter heel iets anders dan het voeren van een gesprek tijdens het natafelen. Wanneer we roddelen, lekken al onze geestelijke rijkdommen gemakkelijk uit. Wanneer de Heer ons leidt, moeten we eenvoudig getuigen ten behoeve van anderen. Paulus getuigde in 2 Korintiërs 12 inderdaad over zijn ervaring van veertien jaar geleden, maar hij sprak er allesbehalve lichtvaardig over. Hij heeft zijn ervaring dus veertien jaar lang verborgen gehouden, zonder dat iemand ervan wist. Zelfs toen hij naar deze ervaring verwees, deed hij haar niet geheel en al uit de doeken. Het was slechts een vluchtige vermelding, niet een gedetailleerde beschrijving. Hij vermeldde uitsluitend het feit, dat hij enerzijds een openbaring ontvangen had en anderzijds onuitsprekelijke woorden had gehoord. Hij vertelde echter niet welke woorden hij precies had gehoord. Tot op de dag van vandaag is de derde hemel een mysterie voor ons gebleven en weten we er nog steeds niets over.
Broeders en zusters, wat is onze schat? Wat is ons goud, ons zilver en onze kostbare olie? Wat zijn onze specerijen en onze kostbare dingen? Wat is ons tuighuis? We moeten niet vergeten dat goud betrekking heeft op Gods natuur, terwijl zilver te maken heeft met de verlossing van het kruis. De specerijen zijn de gevolgen van onze verwondingen, de kostbare dingen zijn alle dingen die betrekking hebben op het koninkrijk en het tuighuis is tenslotte het werk van de Heer, dat we van Hem en onze God ontvangen hebben. Dit zijn geen dogma's of Bijbelse leringen. Dit is ook geen theologie. We hebben dit alles verkregen door onze gemeenschap met de Heer. Wanneer we met God gemeenschap hebben, met Hem communiceren en door Hem onder handen genomen worden, vallen heel veel dingen ons ten deel. Het is verkeerd om hier lichtvaardig over te spreken. Dit betekent dus niet dat het beter is om niet te getuigen. We moeten echter wel beseffen dat vele ervaringen verborgen moeten blijven. Broeders en zusters, dit is een zeer belangrijk punt in het leven van elke christen. Veel geestelijke ervaringen moeten verborgen blijven en mogen dus niet bekend gemaakt worden.
Ofschoon de Here Jezus soms Zijn getuigenis gaf, was Hij echter nooit praatziek. Het geven van een getuigenis is één ding, jezelf graag horen praten is echter iets heel anders. De Heer genas de zieken en drong er onmiddellijk op aan dat het verhaal van de genezing geheim moest blijven. In het Evangelie van Marcus wordt deze opdracht keer op keer herhaald. Op een keer zei de Heer tegen iemand: "Ga naar uw huis tot de uwen en bericht hun al wat de Here in zijn ontferming u gedaan heeft" (Mc. 5:19). We mogen heus wel spreken over de grote dingen, die de Heer voor ons gedaan heeft. Maar we moeten dit uiteraard niet als nieuws aan de man proberen te brengen, want dit bewijst alleen maar dat we geen wortels hebben. Wortelloos zijn betekent in feite dat men geen schat heeft; het betekent dat men geen verborgen leven of verborgen ervaringen heeft. Het is absoluut noodzakelijk dat sommige ervaringen verborgen blijven – want alles onthullen betekent alles verliezen.
Verder moeten we ook niet vergeten, dat, indien wij al onze schatten tentoonstellen, gevangenschap onvermijdelijk zal zijn. Publiciteit en de dood gaan hand in hand, evenals publiciteit en geestelijke droogte. Zelfs indien we gedwongen worden om te getuigen, moeten we dit, net als Paulus, uit noodzaak doen, "hoewel het tot niets diende" (2 Kor. 12:1). Satans aanvallen komen vaak op het moment, dat iemand zich blootgeeft. Blootstelling en verlies gaan hand in hand. Vele mensen worden van hun ziekte genezen en getuigen hiervan ter ere van God. Maar er zijn ook heel veel getuigenissen van genezing die niet ter ere van God zijn, maar ter ere van iemands eigen geloof. Dientengevolge keert de ziekte weer terug. Nadat zij één keer hun getuigenis gegeven hebben, worden ze weer door dezelfde ziekte aangevallen. Dit geeft te kennen dat God, die mensen beschermt, die hun wortels bedekken en dat God hen, die hun wortels tonen, niet beschermt; zij stellen zich dus open voor allerlei aanvallen. Indien het Gods verlangen is dat wij getuigen, dan moeten we uiteraard ook getuigen. Maar toch zijn er heel veel dingen die verborgen moeten blijven. God beschermt datgene wat wij voor Hem verbergen en staat vervolgens toe dat wij ervan genieten.
Hetzelfde geldt voor ons werk. Door Zijn genade en barmhartigheid heeft God, door ons, iets ten uitvoer kunnen brengen. Maar we moeten niet vergeten dat hetgeen Hij heeft volbracht geen reclame of propaganda nodig heeft. Indien wij met Gods werk te koop lopen, zullen we onmiddellijk met de dood in aanraking komen. Dan zal ons verlies gelijk zijn aan de mate waarin we onszelf blootgesteld hebben. Zodra David de kinderen Israëls begon te tellen, zette de dood al in (2 S. 24). Dat God ons mag bevrijden van dit soort blootstelling.
Alle geheimen tussen ons en de Heer, moeten als zodanig bewaard blijven. We mogen alleen in beweging komen, indien God ons daartoe de opdracht geeft. Alleen wanneer Hij ons ertoe beweegt iets te onthullen, mogen we dat doen. Als Hij wil dat we een broeder een bepaalde ervaring vertellen, dan mogen we dit niet achterwege laten, want anders zouden we de wet ten aanzien van de leden van het Lichaam van Christus geweld aandoen. Eén van die wetten is namelijk de gemeenschap der gelovigen. Zodra we deze wet veronachtzamen, zal het leven ophouden met stromen. We moeten niet negatief zijn, maar positief en eenvoudig het leven aan anderen uitdelen. Maar als we elke dag opnieuw vervuld zijn van onszelf en onze eigen zaken stellen we ons wel open voor een aanval van de vijand. Ik vertrouw er dus op dat we zullen leren wat het Lichaam van Christus en de stroom des levens onder de leden nu precies inhoudt. Bovendien vertrouw ik erop dat we zullen leren om het verborgen deel – de geheime ervaringen die de Heer ons gegeven heeft – goed te bewaken. We moeten onze wortels dus niet blootleggen.
Hoe dieper onze wortels, hoe meer we zullen ontdekken dat "diepte tot diepte" roept. Wanneer de rijkdommen uit de diepten van ons innerlijke leven stromen, zullen we merken dat het leven van anderen er diep door getroffen wordt. Op het moment dat ons innerlijk wordt beroerd, zullen anderen hulp ontvangen en verlicht worden. Dan beseffen zij dat er iets is wat hun verstand te boven gaat. Wanneer de diepte de diepten beroert, zullen de diepten op de diepte reageren. Indien ons leven geen diepte heeft, zal ons oppervlakkige werk het leven van anderen slechts oppervlakkig beïnvloeden. Daarom zullen we het nog eens herhalen: "Diepte roept tot diepte".
Watchman Nee
Deep Calls unto Deep
Het mysterie van Christus
Wie is God? Dit is het belangrijkste mysterie in het universum. Terwijl velen trachten dit unieke en duurzame vraagstuk op te lossen, bevindt het ware antwoord zich uitsluitend in de persoon van Christus.
