Gods schepping

Onze God is een God met een voornemen, een wil en een plan. Dus schiep Hij alle dingen volledig naar Zijn wil en plan. Openbaring 4:11 zegt: “U hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil bestonden zij en zijn zij geschapen.” Alle dingen werden geschapen niet door toeval, noch per ongeluk, noch onwillekeurig, maar door Gods planning. In Gods plan bepaalde Hij dat Hij door alle dingen Zijn doel zou bereiken. Daarom schiep Hij alle dingen.

I. GODS OORSPRONKELIJKE SCHEPPING

A. Het voornemen

Kolossenzen 1:16-18 zegt: “Alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen. En Hij is voor alle dingen en alle dingen bestaan samen in Hem … opdat Hij in alle dingen de eerste plaats zou innemen.” Gods voornemen in het scheppen van het universum is volledig voor Zijn Zoon, opdat Zijn Zoon de eerste plaats zal hebben en in de hele schepping zal worden verheerlijkt. Niet alleen dat, Christus de Zoon is de belichaming van God omdat al de volheid van de Godheid in Christus lichamelijk woont (Kol. 2:9). Daarom, wanneer de Zoon verheerlijkt is, is ook God tot uitdrukking gebracht. Gods voornemen in het scheppen van het universum is dat de Zoon zal worden verheerlijkt en dat Hijzelf tot uitdrukking zal worden gebracht.

B. Het middel

In Genesis 1:1 is het woord “schiep” bara in het Hebreeuws, wat iets vanuit het niets tot bestaan brengen betekent. Daarom was Gods oorspronkelijke schepping tot bestaan gebracht vanuit het niets. Hoe schiep Hij dan in Gods schepping? Wat was het middel waardoor Hij schiep? Hebreeën 11:3 zegt dat “de werelden door Gods woord bereid zijn.” Johannes 1:3 zegt ook dat alle dingen door het Woord van God zijn geworden. God sprak en het was er; Hij gebood en het stond er (Ps. 33:9). Daarom schiep God het universum uit het niets door Zijn Woord. Hoe krachtig is Zijn Woord!

Aan de andere kant vertelt de Bijbel ons duidelijk dat God de hemel en de aarde schiep door Christus Zijn Zoon. Hebreeën 1:2 zegt dat God het universum maakte door Zijn Zoon. Kolossenzen 1:15-16 zegt ook dat alle dingen geschapen werden in de Zoon van God. Feitelijk is de Zoon van God het Woord van God (Joh. 1:1, 14); de Twee zijn één. Het Woord van God is de uitlegging van God; de dingen geschapen door het Woord van God zijn voor de uitlegging van God, de openbaring van God.

C. Het proces

Job 38: 4-7 openbaart het proces van Gods schepping. De hemel met daarin alle morgensterren en engelen werd eerst geschapen. De aarde, met alle levende schepselen die daarop wonen, werd daarna geschapen. Job 38 toont ons dat toen God het fundament van de aarde legde, de sterren en de engelen (de zonen van God) daar al waren. Het toont ons ook dat van de aarde door God geschapen de afmetingen waren bepaald met het meetsnoer over haar gespannen; alles was ordelijk en buitengewoon mooi. Daarom zongen de morgensterren tezamen en jubelden al de zonen Gods. Geen schaduw van zonde of een spoor van verwarring kon toen in het universum gevonden worden. Het was alles bij elkaar stralend en prachtig.

D. De schepping bewijst het bestaan van God

Psalm 19:1 zegt: “De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt het werk Zijner handen.” Hoewel Gods eeuwige kracht en goddelijke kenmerken onzichtbaar zijn, kan de mens ze verstaan door de dingen die gemaakt zijn. De mens kan ze verstaan en is daarom zonder verontschuldiging (Rom. 1:20). Daarom, door te kijken naar de schepping, behoren we te weten dat er een Schepper is.

II. GODS HERSTEL EN VERDERE SCHEPPING

Genesis 1:2b verwijst niet naar Gods oorspronkelijke schepping – deze was voltooid met vers 1 – maar naar Gods herstel. God ging herstellen wat beschadigd was en ging verder met scheppen. Vers 2 begint door te zeggen: “En de aarde werd woest en ledig” (Heb.). ‘En’ is een voegwoord dat twee dingen met elkaar verbindt: het eerste ding gaat en het tweede ding komt. Dit betekent dat na Gods schepping er iets gebeurde dat veroorzaakte dat het harmonieuze en prachtige universum, oorspronkelijk door God geschapen, werd beschadigd. Daarom toont Genesis 1:2b-2:25 ons Gods herstel van het beschadigde universum en Zijn verdere schepping.

Genesis 2:4 zegt: “Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde, toen zij geschapen werden. Ten tijde, dat de HERE God aarde en hemel maakte.” Dit vers toon ons zowel Gods oorspronkelijke schepping als Gods herstel. Het eerste deel van het vers noemt de hemel en de aarde toen zij geschapen werden. Merk op dat de hemel eerst wordt genoemd en het werkwoord hier gebruikt geschapen is. Het tweede deel van het vers zegt dat de HERE God de aarde en de hemel maakte. Hier wordt eerst de aarde en daarna de hemel genoemd en het werkwoord is veranderd van geschapen naar maakte. Zoals we eerder hebben benadrukt betekent scheppen iets voortbrengen vanuit het niets en maken betekent het bewerken van een bestaande substantie om daar iets anders uit voort te brengen. Daarom verwijst het eerste deel van dit vers naar Gods oorspronkelijke schepping en het tweede deel naar Gods herstel van de aarde en de hemel.

In Genesis 1:1 schiep God de hemel en de aarde. Dan van vers 3 tot het einde van hoofdstuk één maakte God de aarde en de hemel. Als we vers 9 en 10 lezen kunnen we zien dat God op de derde dag de aarde herstelde. God schiep de aarde niet, want deze was er al, verdwenen onder de wateren. Dus God herstelde de aarde op de derde dag. Evenzo op de vierde dag herstelde God de lucht, dat wil zeggen de hemel. Dus tijdens het herstel was het niet eerst de hemel en dan de aarde; het was eerst de aarde en daarna de hemel.

A. Gods verdere schepping is naar de orde van het leven

Tijdens Gods verdere schepping schiep Hij alle dingen naar de orde van het leven. Eerst schiep Hij de dingen zonder leven en daarna schiep Hij de dingen met leven. Tijdens de schepping van de dingen met leven begon Hij ook bij het laagste leven, gaande van niveau naar niveau, totdat Hij het hoogste leven bereikte. Eerst schiep Hij het leven zonder bewustzijn, dat wil zeggen het plantenleven, dingen zoals bomen, gras en bloemen. Hoewel deze leven hebben, heeft hun leven geen bewustzijn; daarom is hun leven het laagste leven. Daarna schiep God het dierenleven. Ook hier begon Hij bij het laagste, het leven van de dieren die eieren leggen, zoals vissen en vogels. Hoewel het leven van deze schepselen bewustzijn heeft, is het niet hoog genoeg. Daarna schiep Hij de dieren die hun jongen levend voortbrengen zoals het vee en de dieren van de aarde. Deze dieren die hun jongen levend voortbrengen bezitten een leven dat hoger is dan dat van de dieren die eieren leggen. Ze hebben niet alleen bewustzijn, maar hun bewustzijn is ook hoger. Tenslotte schiep God de mens. De mens heeft het hoogste door God geschapen leven. De mens bezit het hoogste bewustzijn onder alle schepselen.

B. Het proces

Het verslag in Genesis 1 toont dat God zes dagen nodig had om het werk van herstel en verdere schepping te doen.

Op de eerste dag kwam de Geest van God om te broeden. Bovendien sprak God en er was licht. Dus scheidde God het licht van de duisternis.

Op de tweede dag scheidde God de wateren onder het uitspansel van de wateren boven het uitspansel. Dit betekent dat Hij de hemelse dingen scheidde van de aardse dingen.

Op de derde dag werd de aarde gescheiden van de wateren. God werkte aan de wateren en streefde ernaar deze te begrenzen en te beperken, opdat het droge land tevoorschijn zou komen. Dit is precies zoals Jeremia 5:22 zegt dat God een grens stelde om de zee te beperken. Na de verschijning van het droge land ging God verder om verschillende soorten plantenleven te scheppen, elk naar zijn aard.

Op de vierde dag herstelde God de lichtdragers – de zon, de maan en de sterren – om te heersen over de dag en over de nacht en ook om het licht van de duisternis te scheiden.

Op de vijfde dag schiep God de levende wezens in het water en de vogels, het gevogelte in de lucht, elk naar zijn aard.

Op de zesde dag schiep God de levende wezens op de aarde: het vee, het kruipend gedierte en de beesten, elk naar zijn aard. Tenslotte schiep God de mens om het middelpunt te zijn van alle dingen.

III. In Gods schepping is het menselijk leven het hoogste leven

A. De mens is geschapen naar Gods beeld en gelijkenis

De mens bezit niet alleen het hoogste leven, maar hij is ook gemaakt naar Gods beeld en Gods gelijkenis (Gn. 1:26-27). Naast de mens is er geen ander schepsel dat lijkt op God in beeld en gelijkenis. De mens is de hoogste van Gods geschapen dingen en hij is geschapen naar Gods beeld en Gods gelijkenis. In Gods schepping is de mens het beste vat door God gereed gemaakt voor Zijn plan. In Zijn plan bepaalde God dat de mens Zijn leven zou bezitten om de broeders van Zijn Zoon te zijn; daarom veroorzaakte Hij in Zijn schepping dat de mens Zijn beeld en gelijkenis heeft.

Beeld verwijst naar de innerlijke delen zoals het verstand, het gevoel en de wil. Het verstand, gevoel en de wil van de mens, die de onstoffelijke mens vormen, werden geschapen naar Gods beeld. Daarom gelijken de menselijke functies van denken, mening en liefde op die van God.

Het beeld van God verwijst ook naar de kenmerken van Zijn eigenschappen. De meest opmerkelijke eigenschappen van God die in de mens gemanifesteerd worden zijn: liefde, licht, heiligheid en rechtvaardigheid. Toen God de mens schiep, schiep Hij de mens naar Zijn beeld, naar de eigenschappen van Zijn deugden, zodat de mens Hem tot uitdrukking kon brengen door deze deugden. Dus heeft de mens het verlangen liefde, licht, heiligheid en rechtvaardigheid te bezitten en soms worden deze deugden tot uitdrukking gebracht in zijn gedrag. Wat de mens heeft is echter slechts het beeld en niet de werkelijkheid. De mens moet God als zijn leven en inhoud ontvangen en dan zullen Gods liefde, licht, heiligheid en rechtvaardigheid de menselijke deugden van liefde, licht, heiligheid en rechtvaardigheid vullen, verrijken en de werkelijkheid worden.

Gelijkenis verwijst naar het uitwendige lichaam dat de stoffelijke mens vormt. Het uitwendige lichaam van de mens werd geschapen naar Gods gelijkenis. God heeft Zijn gelijkenis. Voordat God vleesgeworden was om een mens te zijn, verscheen Hij herhaaldelijk aan de mensen in het Oude Testament in de vorm van een mens (Gn. 18:2, 16-17; Ri. 13:9-10, 17-19). De vorm van de mens is de vorm van God, want de mens was geschapen naar de gelijkenis van God.

1. Opdat de mens God tot uitdrukking brengt

Het hoofddoel van Gods herstel en verdere schepping was een mens te hebben, een collectieve mens, om God tot uitdrukking te brengen (Gn. 1:26-27). De mens die God schiep was een collectieve mens. God schiep niet vele mensen. God schiep de mensheid collectief in één persoon, Adam. God schiep Adam en Adam was een gezamenlijke mens, een collectieve mens. Toen Adam werd geschapen, werden wij allen geschapen. Wij werden allen opgenomen in Adam. Daarom zei God in Genesis 1:26 “opdat zij” – één mens, maar het voornaamwoord is zij. Dit bewijst dat deze mens een collectieve mens is. Zoals in dit vers het voornaamwoord ‘ons’ aanduidt dat God drie-enig is, zo duidt het voornaamwoord “zij” aan dat de mens collectief is. God schiep zo’n collectieve mens naar Zijn eigen beeld en naar Zijn gelijkenis opdat de mens God Zelf tot uitdrukking zou brengen.

2. Opdat de mens Gods heerschappij zou uitoefenen

God zei: “Laat Ons de mens (RcV) maken naar ons beeld, als Onze gelijkenis, opdat zij heersen.” God schiep een collectieve mens om Zijn heerschappij uit te oefenen (Gn. 1:26-28). Het woord heersen omvat meer dan alleen gezag. Heersen betekent een koninkrijk hebben als een sfeer om daarin gezag uit te oefenen.

a. Om af te rekenen met Gods vijand

Het eerste aspect van Gods voornemen is om af te rekenen met Zijn vijand, af te rekenen met satan, die gesymboliseerd wordt door het kruipend gedierte (Gn. 1:26). In de Bijbel is het kruipend gedierte demonisch, duivels en satanisch. De Bijbel gebruikt een slang om satan te symboliseren (Gn. 3:1). In Openbaring 12:9 wordt satan “de oude slang” genoemd.

In Gods oorspronkelijke schepping had Hij slechts één voornemen – Zichzelf tot uitdrukking te brengen. Maar door de rebellie van satan heeft God een ander voornemen – af te rekenen met Zijn vijand. Daarom schiep Hij de mens naar Zijn eigen beeld opdat de mens Hem tot uitdrukking zou brengen en gaf Hij hem heerschappij opdat hij zou afrekenen met Zijn vijand.

b. Om de aarde te heroveren

Het tweede aspect van Gods voornemen in het geven van heerschappij aan de mens is om de aarde te heroveren (Gn. 1:26-28). De mens moet heersen over de aarde om het te onderwerpen en te veroveren. De aarde veroveren betekent dat de vijand er al is, dat er een oorlog woedt. Daarom moeten we strijden en overwinnen.

c. Om Gods gezag binnen te brengen

Het derde aspect van Gods voornemen in het geven van heerschappij aan de mens is om Gods gezag binnen te brengen, om Gods gezag over de aarde uit te oefenen. De mens moet Gods gezag uitoefenen opdat het koninkrijk van God naar de aarde kan komen, opdat de wil van God op de aarde gedaan kan worden en de heerlijkheid van God op de aarde gemanifesteerd kan worden.

B. De mens is geschapen in drie delen – geest, ziel en lichaam

God schiep de mens in drie delen – geest, ziel en lichaam. God vormde eerst het lichaam van de mens met het stof van de aarde. Daarna blies Hij de adem van het leven in het lichaam van de mens, dit werd de geest in de mens. Toen de geest, de adem van het leven, het lichaam van de mens binnenkwam, werd de ziel voortgebracht. Daarom heeft de mens uitwendig het zichtbare lichaam en inwendig heeft de mens de onzichtbare geest; tussen die twee is de ziel.

Het lichaam is aan de buitenkant om de dingen van de fysieke wereld aan te raken. De geest is aan de binnenkant om de dingen van de geestelijke wereld aan te raken. De ziel, als het medium, is tussen het lichaam en de geest om de dingen van de psychologische wereld aan te raken. Het lichaam heeft verschillende zintuiglijke organen die de materiele dingen kunnen aanraken. De geest heeft de functies van het geweten, de intuïtie en de gemeenschap met God, die de dingen van God en de geestelijke dingen kunnen aanraken. Het verstand van de ziel is het denkorgaan van de mens; de mens denkt en overweegt – dit zijn de functies van het verstand. De wil van de ziel is het orgaan voor het nemen van een beslissing; de mens beslist, oordeelt, stelt voor, kiest en weigert – dit zijn de functies van de wil. Het gevoel van de ziel is het deel dat regeert over het plezier, de boosheid, het verdriet en de vreugde van de mens; de mens heeft lief, haat, is opgewonden, is terneergeslagen – dit zijn de functies van het gevoel. Deze drie – het verstand, de wil en het gevoel – samengevoegd zijn gelijk aan de ziel.

De geest is het diepste deel van ons hele wezen, de ontvanger voor ons om God te ontvangen en het orgaan om God en alle geestelijke dingen aan te raken (Joh. 4:24; Rom. 1:9). Binnenin ons is de gewaarwording van onze behoefte aan God, de gewaarwording en het verstaan van God in ons diepste wezen en de berisping of goedkeuring van ons geweten – dit zijn de functies van de geest. Door de zintuigen van ons lichaam kunnen we de materiele dingen bevestigen; evenzo kunnen we de dingen van God en de geestelijke dingen alleen bevestigen door de geest.

De geest van de mens werd duidelijk gevormd door God (Zach. 12:1; Job 32:8). Zacharia 12:1 zegt dat God de hemel uitspant en de aarde grondvest, en de geest des mensen in diens binnenste formeert. In het universum zijn drie even belangrijke dingen: de hemel, de aarde en de geest van de mens. De hemel is voor de aarde, de aarde is voor de mens en de mens heeft een geest voor God. God schiep de hemel voor de aarde. Zonder de hemel kan de aarde niets voortbrengen. De aarde werd geschapen voor het bestaan van de mens en de mens heeft een geest binnenin hem om God te bevatten. Dus is de mens het middelpunt van Gods schepping en het middelpunt van de mens is zijn geest. Wat God aangaat, als er geen geest binnenin de mens zou zijn, dan zou de mens een leeg omhulsel zijn. Als er geen mens op deze aarde zou zijn, dan zou de aarde ledig zijn en wat de mens aangaat zou de hemel zinloos zijn. Daarom dient de hemel de aarde, de aarde dient de mens en de mens heeft een geest om God te ontvangen.

C. De mens is geschapen goed en oprecht

Prediker 7:29 zegt dat God de mens oprecht heeft gemaakt. Toen de mens voor het eerst uit Gods scheppende handen voortkwam, was hij niet oneerlijk, kwaad of verontreinigd, maar oprecht, goed en zuiver. Op dat moment had hij geen zonde, verval of gebrek. Dus beschouwde God de mens “zeer goed” (Gn. 1:31). Het spreekt vanzelf dat het vat dat de oprechte en goede God had gereedgemaakt voor Zijn heilige en schitterende leven niet kwaad of oneerlijk kan zijn; veeleer moet het goed en oprecht zijn.

D. Het menselijk leven is slechts een geschapen leven

Hoewel de mens was geschapen naar Gods beeld en Gods gelijkenis is zijn leven maar een geschapen leven, niet zoals Gods leven dat ongeschapen is. Zoals de mens een geschapen wezen is, is het leven van de mens ook een geschapen leven. De mens heeft een begin en een einde, dus heeft het leven van de mens ook een begin en een einde, niet zoals Gods leven dat zonder begin en zonder einde is, dat van eeuwigheid tot eeuwigheid is. Hoewel het leven van de mens hoog is, is het veel minder dan Gods leven. Gods leven is eeuwig; het leven van de mens is tijdelijk. Gods leven is goddelijk en heerlijk; het leven van de mens is ten hoogste zuiver en goed, maar zonder Gods heerlijke natuur. Hoewel de mens uitwendig de vorm van God heeft en inwendig het beeld van God, heeft hij niet Gods leven binnenin. Hoewel de mens een geest heeft die de mens in staat stelt God te kennen en gemeenschap met God te hebben, heeft de geest van de mens niet Gods leven noch Gods natuur. De mens is slechts een schepsel van God, maar heeft niet het ongeschapen leven van God binnenin.

IV. God plaatste de mens voor de boom van het leven opdat
de mens Hem als leven zou ontvangen

Nadat God de mens geschapen had, plaatste Hij niet het goddelijke leven in de mens. In plaats daarvan gaf Hij de mens een vrije wil; Hij wilde dat de mens zijn vrije wil zou beoefenen om te kiezen Zijn leven in te nemen. Daarom plaatste Hij de mens voor de boom van het leven.

Om de mens een gelegenheid te geven te kiezen, plaatste God de boom van de kennis van goed en kwaad naast de boom van het leven. De boom van het leven duidt op God als de bron van het leven; de boom van de kennis van goed en kwaad wijst op satan als de bron van de dood. Deze twee bomen wijzen op twee bronnen in het universum. Vele mensen denken dat als God niet de boom van de kennis van goed en kwaad had toegestaan naast de boom van het leven te staan, er naderhand geen probleem zou zijn geweest. Maar God deed het niet op deze manier. Hij is groot. Hij is zo aantrekkelijk als de God van heerlijkheid. Hij dwong de mens niet Hem te kiezen. In plaats daarvan stond Hij de mens toe zijn vrije wil te beoefenen om te kiezen wat hij dacht dat goed was. Het was naar zo’n principe dat in de hof van Eden God Adam voor twee bomen plaatste; Hij wilde dat de mens Hem zou kiezen, Hem als het leven nemen.

SAMENVATTING

In het begin schiep God de hemel en de aarde, het universum. Later, omdat satan rebelleerde, werden de hemel en de aarde verdorven en dus door God geoordeeld. Daarna herstelde God de hemel en de aarde die Hij geoordeeld had en nam een verdere stap in de schepping. In deze verdere stap in de schepping maakte Hij in het bijzonder de mens naar Zijn eigen beeld, met name schiep Hij een geest in de mens zodat de mens Hem kon aanraken, Hem als zijn leven en inhoud ontvangen, in een organische eenheid met Hem gebracht worden en één met Hem worden.

VRAGEN

  1. Wat was het voornemen en het middel van Gods oorspronkelijke schepping?
  2. Waarom moest God het oorspronkelijk geschapen universum herstellen en een verdere schepping hebben?
  3. Hoe lang besteedde God aan Zijn werk van herstel en verdere schepping? Wat was het proces?
  4. Wat was Gods voornemen in het scheppen van de mens naar Zijn beeld en naar Zijn gelijkenis?
  5. Uit hoeveel delen is de mens samengesteld? Wat zijn de functies van elk deel?
  6. Had de mens bij de schepping Gods leven in zich? Wat was de houding die de mens moest aannemen?

Comments are closed.

{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}
Geoptimaliseerd door Optimole
Malcare WordPress Security