De Bijbel openbaart dat God drie-enig is. Dit is een openbaring van groot belang. God is uniek één en Zijn naam is Jehova; toch is deze God ook drie-enig – Hij is de Vader, Zoon en Geest. Dit is een mysterie; feitelijk is het een mysterie der mysteriën. Klein en eindig dat we zijn, kunnen wij menselijke wezens het niet grondig begrijpen; we kunnen het zelfs nog minder op een volledige wijze definiëren. Vele dingen gerelateerd aan de zaak van het leven zijn niet binnen het bevattingsvermogen van de mens; de mens kan er slechts een algemeen idee van hebben. Bijvoorbeeld: hoewel we leven in ons fysieke lichaam hebben, kan niemand het grondig uitleggen, want leven is een mysterie. Bovendien is er een geest in ons – dit is zelfs nog meer een mysterie. Niemand kan een volledige uitlegging geven van wat het leven van de mens en de geest van de mens zijn. We zijn niet in staat zo’n relatief klein mysterie als de mens, om maar niet te spreken over het grote mysterie van de Drie-enige God – de Vader, Zoon en Geest, uit te leggen. Als we de mens niet volledig kunnen verstaan, hoeveel te minder de Drie-enige God!
Niettemin kunnen we deze mysterieuze God ontvangen en genieten. We kunnen het niet begrijpen, maar we kunnen het genieten! Vroeger had de mens geen kennis van vitaminen, hoewel ze zeer genoten van hun voordeel. Al dat Hij voor ons is om te genieten is geopenbaard in de Schrift; we kunnen het niet volledig begrijpen, toch kunnen we, volgens alles dat in de Schrift is verklaard, aannemen wat er ook is gezegd.
Hoewel we de term ‘drie-enig’ niet in de Schrift kunnen vinden, kunnen we het feit betreffende de drie-enigheid van de Godheid zien. Laat ons nu de verzen in de Bijbel onderzoeken die meer zichtbaar gerelateerd zijn aan deze zaak.
I. GOD IS SLECHTS ÉÉN
De Schrift vertelt ons in veel gevallen en op vele wijzen dat God uniek één is. Zowel in het Oude Testament als in het Nieuwe Testament zijn er vele passages die ons helder en duidelijk vertellen dat God slechts één is. 1 Korintiërs 8:4 zegt: “Er geen God is dan Eén.” en Jesaja 45:5 zegt: “Ik ben de HERE en er is geen ander; buiten Mij is er geen God.” Vergelijkbare woorden kunnen ook gevonden worden in Jesaja 45:6, 21, 22 en 44:6, 8.
In deze schriftgedeelten zegt God herhaaldelijk: “Er is geen God buiten mij.” Hij zegt niet: “Er is geen God buiten ons,” maar, “Er is geen God buiten mij.” Mij is enkelvoud, slechts één. Deze herhaalde verklaringen van God zijn een sterk bewijs dat God uniek één is.
Psalm 86:10 zegt: “Gij alleen zijt God.” Hier wordt niet gezegd: “Gijlieden alleen zijt God”, maar, “Gij alleen zijt God.” Ook dit bewijst dat God slechts één is.
Dat God één is, is een duidelijke en niet mis te verstane openbaring van de Schrift; het is ook een fundamenteel en compleet principe.
Sommigen zullen misschien vragen: “Daar God uniek één is, waarom spreekt God dan van Zichzelf als Ons in Genesis 1:26? En waarom zei Hij Ons beeld? Is er slechts één God of is er meer dan één?” Het antwoord is: “Hij is de Drie-enige God; Hij is één, maar toch drie – de Vader, Zoon en Geest.
II. GOD HEEFT HET ASPECT VAN DRIE – DE VADER, DE ZOON EN DE GEEST
A. God spreekt als Ik en ook als Ons
In Jesaja 6:8 zegt God: “Wie zal Ik zenden en wie zal voor Ons gaan?” God spreekt aan de ene kant van Zichzelf als Ik en aan de andere kant als Ons. Dit bewijst dat Ik Ons is en Ons Ik is; Ik en Ons zijn identiek. Is God dan enkelvoudig of meervoudig? Als je zegt dat Hij meervoudig is, zegt Hij Ik. Als je zegt dat Hij enkelvoudig is, zegt Hij Ons. Dit is enigszins mysterieus en moeilijk te verstaan; dus nemen we eenvoudig de bijbelse openbaring zoals die is.
Verder zegt Genesis 1:26: “Laat Ons de mens maken naar Ons beeld, als Onze gelijkenis.” Dat de enige God, in Zijn goddelijk woord, een aantal keren van Zichzelf spreekt als Ons is waarlijk een mysterie dat voor ons moeilijk te verstaan is. Niettemin moeten we geloven dat dit is omdat God de Vader, de Zoon en de Geest is.
B. De zaak van de Vader, de Zoon en de Geest
De Heer zegt in Matteüs 28:19: “Hen dopend tot (in) de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.” De Heer spreekt hier duidelijk over Drie – de Vader, de Zoon en de Geest. Maar wanneer Hij hier spreekt over de naam van de Vader, de Zoon en de Geest, is de naam die gebruikt wordt in de oorspronkelijke tekst enkelvoudig. Dit betekent dat hoewel de Vader, de Zoon en de Geest drie zijn, de naam toch één is. Dit is waarlijk mysterieus – één naam voor Drie. Dit is natuurlijk wat er bedoeld wordt met de uitdrukking die-één of drie-enig.
Is de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, zoals hier door de Heer gesproken, de naam Vader of Zoon of Heilige Geest? Dit is moeilijk te beantwoorden. Alles wat we kunnen zeggen, is dat de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest “Vader, Zoon en Heilige Geest” is. Deze naam omvat de Drie - Vader, Zoon en Heilige Geest – en vertelt ons dat God drie-enig is. Hoewel God slechts één is, is er toch de zaak van de Drie – de Vader, de Zoon en de Geest.
III. DE VADER, DE ZOON EN DE GEEST BESTAAN GELIJKTIJDIG
VAN EEUWIGHEID TOT EEUWIGHEID
A. De Vader, de Zoon en de Geest zijn allen God
1. De Vader is God
Zonder twijfel is de Vader God. Vele schriftgedeelten in het Nieuwe Testament spreken van God de Vader. Bijvoorbeeld 1 Petrus 1:2 zegt: “Naar de voorkennis van God de Vader.” Efeziërs 1:17 zegt: “Opdat de God van onze Heer Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid….”
2. De Zoon is God
De Zoon is ook God. Hebreeën 1:8 zegt: “Maar van de Zoon: ‘Uw troon, O God….” Hier wordt de Zoon God genoemd. Johannes 1:1 zegt: “In het begin was het Woord; en het Woord was bij God, en het Woord was God.” Het Woord moet Christus zijn, de Zoon. Omdat het Woord God is, is de Zoon ook God. Niet alleen dat, Romeinen 9:5 zegt: “Christus, die God is over alles, gezegend tot in eeuwigheid.” Christus de Zoon is niet alleen God, maar Hij is over alles, God gezegend tot in eeuwigheid.
3. De Geest is God
In Handelingen 5:3-4 zien we dat de Geest God is. In vers 3 zegt Petrus Ananias dat hij tegen de Geest gelogen had; maar in het volgende vers zegt hij dat hij tegen God gelogen had. In deze twee verzen is de Heilige Geest gelijk aan God. Daarom openbaart de Schrift duidelijk aan ons dat alle Drie – de Vader, de Zoon en de Geest – God zijn. Dit betekent echter niet dat Ze drie Goden zijn. We hebben al gezien dat de Schrift ons duidelijk en onbetwistbaar vertelt dat God slechts één is. Hoewel er drie zijn – de Vader, Zoon en Geest – zijn de Drie toch niet drie Goden, maar één. Dit is waarlijk een mysterie! Het is onnaspeurlijk! Maar prijs de Heer, we kunnen eenvoudig deze Mysterieuze ontvangen en genieten naar wat de Schrift heeft gezegd.
B. De Vader, de Zoon en de Geest zijn allen eeuwig
1. De Vader is eeuwig
Jesaja 9:6 bevat de uitdrukking “de eeuwig bestaande Vader.” Volgens de letterlijke betekenis in het Hebreeuws kan deze uitdrukking worden vertaald als “de eeuwige Vader.” Daarom is de Vader eeuwig.
2. De Zoon is eeuwig
De Zoon is ook eeuwig. Hebreeën 1:12 zegt aangaande de Zoon: “U bent Dezelfde en uw jaren zullen niet ophouden.” Hebreeën 7:3 zegt ook dat de Zoon zonder begin van dagen of einde van leven is, dit betekent dat Hij eeuwig is.
3. De Geest is eeuwig
De Geest is ook eeuwig omdat Hebreeën 9:14 spreekt over “de eeuwige Geest.” Daarom zijn alle Drie – de Vader, de Zoon en de Geest – eeuwig.
C. De Vader, de Zoon en de Geest bestaan gelijktijdig
Johannes 14:16-17 zegt: “En Ik zal de Vader vragen en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Die met u zal zijn tot in eeuwigheid: de Geest van de waarheid.” In deze twee verzen zegt de Zoon dat Hij tot de Vader zal bidden opdat de Vader de Geest mag zenden. Daarom bestaan de Vader, de Zoon en de Geest gezamenlijk en tegelijkertijd.
In Efeziërs 3:14-17 zegt Paulus dat hij tot de Vader zal bidden dat Hij ons zal geven met kracht gesterkt te worden door Zijn Geest in onze innerlijke mens, opdat Christus Zijn woning mag maken in onze harten. In dit schriftgedeelte hebben we de Vader, de Geest en Christus de Zoon. Alle drie bestaan gezamenlijk en tegelijkertijd. De Schrift zegt niet dat de Vader een bepaalde tijd heeft bestaan, waarna de Zoon kwam; en dat de Zoon na nog een bepaalde tijd niet meer bestaat, maar is vervangen door de Geest. Niet één vers zegt dit. Dit deel van het Woord toont ons dat de Vader het gebed verhoort, de Geest de heiligen sterkt en de Zoon – Christus – Zijn woning maakt in onze harten. Ook hieraan kunnen we duidelijk zien dat alle Drie gelijktijdig bestaan.
2 Korintiërs 13:14 zegt: “De genade van de Heer Jezus Christus en de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen.” Hier noemt het de genade van Christus de Zoon, de liefde van God de Vader en de gemeenschap van de Heilige Geest. Alle Drie bestaan gezamenlijk en tegelijkertijd.
Daarom geloven wij niet dat de Vader ophield te bestaan en werd vervangen door de Zoon en dat na een bepaalde tijd de Zoon werd vervangen door de Geest. Wij geloven dat de Drie – Vader, Zoon en Geest – eeuwig zijn en gelijktijdig bestaan.
IV. DE VADER, DE ZOON EN DE GEEST
WONEN WEDERZIJDS IN ELKAAR EN ZIJN ONSCHEIDBAAR
De relatie tussen de Vader, de Zoon en de Geest van de Drie-eenheid is niet alleen dat ze gelijktijdig bestaan, maar nog meer dat ze wederzijds in elkaar wonen. Co-existentie betekent tegelijkertijd naast elkaar bestaan. Co-inherentie, zoals toegepast op de Drie-eenheid, betekent dat de Vader, de Zoon en de Geest in elkaar zijn en dus gezamenlijk bestaan.
De Schrift geeft duidelijk aan dat wanneer de Zoon komt, de Vader met Hem komt; evenzo, wanneer de Geest komt, komen zowel de Zoon als de Vader met Hem. Verder, wanneer de Zoon komt, komt de Vader niet met Hem uitwendig; veeleer komt de Vader met Hem inwendig en subjectief.
Johannes 6:46 zegt: “Alleen Hij die van God is gekomen; Deze heeft de Vader gezien.” Het woord ‘van’ impliceert in de oorspronkelijke taal de betekenis van ‘van met’. De Zoon komt niet alleen van de Vader, maar Hij komt van met de Vader.
Johannes 5:43 zegt: “Ik ben gekomen in de naam van Mijn Vader.” Het komen van de Zoon in de naam van de Vader is gelijk aan het komen van de Vader. Dit bewijst dat wanneer de Zoon komt, de Vader komt.
Johannes 14:10 zegt: “Geloof je niet dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is?” Dit duidt erop dat de Vader niet uitwendig met de Zoon komt; veeleer komt Hij in de Zoon.
Daarom kan de Zoon getuigen zeggende: “Wie Mij heeft gezien, heeft de Vader gezien” (Joh. 14:9).
Johannes 15:26 zegt: “Maar wanneer de Trooster is gekomen, die Ik u zal zenden van de Vader, de Geest van de waarheid die van de Vader uitgaat….” Het tweede ‘van’ is ook ‘van met’ in de betekenis van het Grieks. Wanneer de Geest komt, komt Hij ook van met de Vader.
Johannes 14:26 zegt: “De Trooster, de Heilige Geest, die de Vader zal zenden in Mijn naam.” De Trooster, de Heilige Geest, zal door de Vader gezonden worden in de naam van de Zoon. Het komen van de Heilige Geest in de naam van de Zoon is gelijk aan het komen van de Zoon. Dit bewijst dat wanneer de Heilige Geest komt, de Zoon komt.
Verder zegt Johannes 8:29: “Hij die Mij heeft gezonden, is met Mij; Hij heeft Mij niet alleen gelaten.” Lucas 4:1 zegt ook: “Jezus nu, vol van de Heilige Geest….” Deze verzen bewijzen dat toen de Zoon op de aarde leefde, zowel de Vader als de Geest met Hem waren; de Drie zijn onscheidbaar.
De Drie-enige God is nooit afgezonderd geweest. Wanneer Eén beweegt, bewegen ook de andere Twee met Hem. Wanneer Eén is gezonden, komen ook de andere Twee met Hem. Wanneer de Zoon komt, komt Hij in de naam van de Vader; wanneer Hij komt, komt de Vader. Wanneer de Geest is gezonden, is Hij gezonden in de naam van de Zoon; Zijn gezonden zijn, is het gezonden zijn van de Zoon. Daarom is het komen van de Zoon het komen van de Vader en het gezonden zijn van de Geest het gezonden zijn van de Zoon. De Drie – de Vader, Zoon en Geest – zijn één. Ze kunnen voor eeuwig niet afgezonderd worden.
V. DE DRIE – DE VADER, DE ZOON EN DE GEEST – ZIJN ÉÉN
A. De Zoon is de Vader
Jesaja 9:6 zegt: “Een kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven… en men noemt hem … sterke God, eeuwige Vader.” In dit vers komt de sterke God overeen met het kind en komt de eeuwige Vader overeen met de Zoon. Ja, Hij is een kind, maar toch is hij de sterke God. Het kind dat in de kribbe te Bethlehem geboren was, was de sterke God. Zoals het kind en de sterke God één zijn, zo zijn ook de Zoon en de eeuwige Vader één. De Zoon is de eeuwige Vader. Het is inderdaad moeilijk deze zaak volledig uit te leggen, toch heeft de Schrift het zo gezegd. Een Zoon is ons gegeven en men noemt hem eeuwige Vader. Zegt dit niet duidelijk dat de Zoon de Vader is? Als de Zoon niet de Vader is, hoe kan de Zoon dan de Vader genoemd worden? Als we erkennen dat het kind waarvan in dit vers wordt gesproken de sterke God is, dan moeten we ook erkennen dat de Zoon waarover dit vers spreekt ook de eeuwige Vader is; anders geloven we niet de duidelijk uitgedrukte openbaring van de Schrift. Maar wij zijn er diep van overtuigd dat naar de woorden hier, de Heer Jezus die het kind werd de sterke God is; en de Heer Jezus die de Zoon is ook de eeuwige Vader is. Onze Heer is de Zoon en Hij is ook de Vader.
Johannes 14:7-11 zegt: “Als u Mij had gekend, zou u ook Mijn Vader hebben gekend; en van nu aan kent u Hem en hebt Hem gezien. Filippus zei tot Hem: Heer, toon ons de Vader en het is ons genoeg. Jezus zei tot hem: Ben Ik zo lange tijd bij u en heb je Mij niet gekend, Filippus? Wie Mij heeft gezien, heeft de Vader gezien; hoe zeg je dan: Toon ons de Vader? Geloof je niet dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden die Ik tot u spreek, spreek Ik niet vanuit Mijzelf, maar de Vader die in Mij blijft, Die doet de werken. Gelooft Mij dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is.” In deze verzen openbaart de Heer duidelijk aan ons het mysterie dat Hij en de Vader één zijn. Hij is in de Vader en de Vader is in Hem; wanneer Hij spreekt, is het de Vader die werkt; wanneer mensen Hem zien, zien ze de Vader; wanneer ze Hem kennen, kennen ze de Vader, omdat Hij de Vader is; Hij en de Vader zijn één (Joh. 10:30).
B. De Zoon (de laatste Adam) wordt de levengevende Geest
1 Korintiërs 15:45 verklaart: “De laatste Adam werd een levengevende Geest.” De laatste Adam is vanzelfsprekend de vleesgeworden Heer Jezus en de levengevende Geest is vanzelfsprekend de Heilige Geest. Er kan nooit een andere levengevende Geest zijn naast de Heilige Geest. Daarom vertelt dit vers ons ook duidelijk dat de Heer Jezus de Heilige Geest is. De Heer was vlees geworden en werd de laatste Adam en later, na dood en opstanding, werd Hij de levengevende Geest. Ook de woorden gesproken door de Heer in Johannes 14:16-20 bevestigen dit punt. Hier vertelt de Heer ons dat Hij door de dood en opstanding zal gaan om een andere Trooster te worden, dat wil zeggen de Geest van de werkelijkheid, die zal komen om bij ons te blijven en in ons te wonen. In vers 17 zegt de Heer dat de Geest van de werkelijkheid “bij u blijft en in u zal zijn.” Dan zegt Hij in vers 18: “Ik zal u geen wezen laten blijven. Ik kom tot u.” Meer dan dertig jaar geleden in Shanghai, toen broeder Wachtman Nee deze passage aan ons uitlegde, wees hij er nadrukkelijk op dat Hij (de Geest van de werkelijkheid of de Heilige Geest) in vers 17 Ik (de Heer) in vers 18 is. De Heer zei in feite: “Wanneer Hij komt, kom Ik; Ik ben Hij.” De Heilige Geest is de Heer Jezus en de Heer Jezus is de Heilige Geest. Ook zegt de Heer in vers 17: “De Geest van de werkelijkheid … zal in u zijn” en daarna zegt Hij in vers 20: “Ik in u.” Ook dit bewijst dat de Heilige Geest die in ons is de Heer is die stierf en opstond en nu in ons leeft.
C. De Heer (de Zoon) is de Geest
2 Korintiërs 3:17 zegt: “De Heer nu is de Geest.” De ‘Heer’ waarvan hier wordt gesproken is vanzelfsprekend de Heer Jezus en de Geest is vanzelfsprekend de Heilige Geest. Vertelt dit ons dan niet duidelijk en ondubbelzinnig dat de Heer Jezus de Heilige Geest is? Onze Heer is de Heilige Geest. Hij is de Vader en Hij is ook de Geest. Hij is alles!
VI. DE REDEN WAAROM GOD DRIE-ENIG IS
2 Korintiërs 13:14 zegt: “De genade van de Heer Jezus Christus en de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen.” Hier worden drie dingen genoemd: genade, liefde en gemeenschap. Dit verklaart waarom God drie-enig is: het is dus dat Hij Zichzelf in ons kan uitdelen, Zichzelf in ons kan werken voor ons genot en om ons alles te zijn. De liefde van God, dat wil zeggen de liefde van de Vader, is de bron. De genade van Christus, dat wil zeggen de genade van de Zoon, is de uitstroming van de liefde van de Vader. En de gemeenschap van de Heilige Geest is de instroming van de genade van de Zoon, tezamen met de liefde van de Vader in ons, voor ons genot. Dit kan worden bevestigd door onze ervaring. De gemeenschap van de Heilige Geest in ons is de overdracht van de genade van de Zoon in ons. En de genade van de Zoon in ons is eenvoudig het werkelijk proeven en genieten van de liefde van de Vader. De liefde van de Vader is de bron, de genade van de Zoon is de uitdrukking en de gemeenschap van de Heilige Geest is de overdacht, overdragende de genade van de Zoon, met de liefde van de Vader, in ons. Het resultaat is dat alles van de Drie – de Vader, de Zoon en de Geest – het genot binnenin ons wordt. Je hebt de gemeenschap van de Heilige Geest binnenin je en hoe meer je in deze gemeenschap leeft, hoe meer je van de genade van Christus zult hebben; dan, hoe meer je van de genade van Christus zult hebben, hoe meer je de liefde van God zult genieten. De gemeenschap van de Heilige Geest brengt de genade van Christus en in de genade van Christus is er de liefde van God. Daarom zijn de liefde van de Vader, de genade van de Zoon en de gemeenschap van de Heilige Geest geen drie verschillende dingen, maar drie aspecten van één ding voor ons om te bezitten en te genieten. Evenzo zijn de Vader, Zoon en Geest geen drie Goden maar één God met het aspect van drie voor ons om te bezitten en te genieten.
SAMENVATTING
God is de Drie-enige God. De ene, unieke God heeft het aspect van drie – de Vader, de Zoon en de Geest. De Vader, de Zoon en de Geest zijn allen God en zijn eeuwig, bestaan tegelijkertijd, wonen in elkaar en zijn onscheidbaar. Voor de gelovigen is de Vader de bron, de Zoon de manifestatie en de Geest is God die tot hen komt en bij hen binnengaat. Dus is de Drie-enige God in hun wezen uitgedeeld om hun leven, genot en volledige voorziening te zijn.
VRAGEN
- Geef drie verzen die bewijzen dat God slechts één is.
- Noem en leg uit, een voor een, de schriftgedeelten die de zaak van God en het aspect van drie hebben – de Vader, Zoon en Geest.
- Citeer één vers om te bewijzen dat de Vader, de Zoon en de Geest allen God zijn.
- De Vader, de Zoon en de Geest zijn allen eeuwig. Bewijs dit door Bijbelverzen te citeren.
- Geef twee verzen die bewijzen dat de Vader, de Zoon en de Geest gelijktijdig bestaan.
- Gebruik Johannes 14:26 en 15:26 om te bewijzen dat de Vader, Zoon en Geest niet te scheiden zijn.
- De Vader, de Zoon en de Geest zijn één. Welk vers zegt dat de Zoon de Vader is? Welk vers zegt de Zoon de Geest is?

Comments are closed.